Die andere versie werd geveild voor 450 miljoen dollar. Maar wat is de waarde van deze Salvator Mundi, die nu te zien is op de Tefaf in Maastricht?
In dit artikel:
Op de Tefaf in Maastricht verschijnt onverwacht een tweede bekende versie van de Salvator Mundi, ditmaal uit de negentiende-eeuwse collectie van markies De Ganay en aangeboden door de Londense Agnews Gallery. Het paneel wordt gepresenteerd als een werk uit de kring van Leonardo da Vinci en vormt daarmee het meest tastbare tegenstuk van de beroemde Cook‑versie die in 2017 als een vermeende Leonardo voor 450 miljoen dollar bij Christie’s werd geveild en sindsdien vrijwel niet meer openbaar is vertoond.
Galeriedirecteur Clifford Schorer voerde het schilderij naar Maastricht; eigenaar is naar verluidt de Zwitserse verzamelaar Jacob ‘Jacqui’ Safra, die het werk in 1999 verwierf als onderdeel van een grotere collectie. Pas na een restauratie in 2014 trok het paneel de aandacht van conservatoren, onder meer van het Prado in Madrid. Beide grote musea — Louvre en Prado — zijn in de communicatie rond de presentatie aangehaald: het Prado bestempelde het stuk in 2021 als een studiowerk van Leonardo, mogelijk onder toezicht van de meester. Na de keuring op Tefaf is de labeltekst echter aangepast naar «een volger van Leonardo da Vinci uit de vroege zestiende eeuw», een subtiel maar belangrijk verschil dat minder direct verband met Leonardo zelf suggereert.
De Tefaf-keuring is streng: 250 experts beoordeelden het werk twee dagen lang, waarna de officiële toelichting bij de stand werd aangepast. Schorer nam aanvullende documentatie mee — waaronder catalogi van Louvre en Prado en infraroodbeelden die onderliggende tekeningen tonen — om de toeschrijving te onderbouwen. Hij houdt de waarde voorlopig binnenskamers; publiekelijk noemt hij geen vaste prijs. Intern had hij een sum van circa 75 miljoen dollar als redelijke notering genoemd mocht het louter een studiowerk blijken, maar een definitieve vraagprijs ontbreekt terwijl gesprekken met potentiële kopers gaande zijn.
De stukken rondom deze Salvator Mundi illustreren zowel de aantrekkingskracht als de onvoorspelbaarheid van de topkunstmarkt: lange, geheimzinnige herkomstonderzoeken, terughoudende eigenaars, tussenpersonen en de rol van vrijeopslagplaatsen (freeports) kwamen in het traject naar Maastricht langs. Ook de geopolitieke spreiding van kopers verraadt zich; verzamelaars uit het Midden-Oosten blijven actief in de markt, vaak via tussenpersonen.
Kort gezegd: op Tefaf ligt nu een van de twee meest besproken versies van Salvator Mundi — met sterke maar niet onbetwiste aanwijzingen voor connectie met Leonardo’s atelier — in afwachting van serieuze biedingen. De presentatie belicht hoe delicaat toeschrijving, herkomst en prijsbepaling zijn in de bovenste regionen van de kunsthandel, en waarom zo’n schilderij zowel museumwetenschap als commerciële strategieën samenbrengt.