Dick Schoof werd weggelachen en verguisd, maar oefende toch veel invloed uit

vrijdag, 20 februari 2026 (18:31) - Het Parool

In dit artikel:

Na 600 dagen is het premierschap van Dick Schoof ten einde gekomen. Binnen Nederland bleef hij vaak onbegrepen en onbemind; buitenlands werd zijn inzet anders beoordeeld: afgelopen oktober kreeg hij in Kyiv uit handen van president Zelensky een hoge onderscheiding voor zijn bijzondere verdiensten voor Oekraïne. Ondersteuning voor Oekraïne werd een persoonlijke missie die Schoof hardnekkig verdedigde, ook tegen tegenstand in zijn coalitie.

Schoof, voormalig topambtenaar — met een loopbaan als justitieambtenaar, betrokken bij het terughalen van lichamen na MH17 en ex-hoofd van de AIVD — trad aan zonder partijpolitieke wortels of verkiezingsmandaat. Zijn stijl bleef bureaucratisch: terughoudend, zakelijk en zelden emotioneel. Toch oefende hij invloed uit: hij gebruikte zijn positie als minister-president om beleid te blokkeren of door te drukken en verraste soms collega-ministers met besluiten, bijvoorbeeld over extra miljarden voor Oekraïne. Dat stuitte vooral bij BBB en de PVV op grote onvrede; PVV-ministers ergerden zich nog aan zijn inzet voor een hogere NAVO‑norm (de 2%-doelstelling voor defensie).

Nationaal was het politieke klimaat zwaar voor Schoof. Hij moest geregeld verantwoording afleggen voor ministeriële misstappen, tweets van Wilders en politieke incidenten; zulke theatrale kanten van Den Haag lagen hem slecht. Links beschouwde hem als te toegeeflijk richting radicaal-rechts, rechtse partijen zagen hem als marionet van de VVD. Zijn kabinet leverde weinig wetgeving op, viel twee keer en toonde weinig zichtbare regie, wat leidde tot felle kritiek en etiketten als “chaosregering”.

Toch is het beeld niet volledig zwart-wit. Schoof beschikte over sluipende agendamacht waarmee hij procedures en rechtsstatelijke normen probeerde te beschermen, en sommige lagere waarderingen kunnen na verloop van tijd milder uitvallen — vergelijkbaar met eerdere premiers die aanvankelijk werden verguisd maar later genuanceerder werden beoordeeld. Peilingen toonden dat veel Nederlanders meer vertrouwen in hem hadden dan in meerdere ministers.

Schoof is 68 en kan met pensioen; hij zei dat hij het brandmerk van “nationale kop van Jut” niet zal missen. Uitgevers hopen op memoires, maar zijn eigen ambtenarenmentaliteit en het ontbreken van notities maken dat lastig. Historische oordelen zullen hem waarschijnlijk een magere voldoende geven; zijn termijn blijft vooral herkenbaar als die van een ambtenaar die in een politiek woelig jaar een zichtbare, maar omstreden rol speelde.