Dick Schoof blikt terug op premierschap: "Ik dacht: dit moet een grap zijn!"
In dit artikel:
Demissionair premier Dick Schoof blikt in een gesprek met Sven Kockelmann (Café Kockelmann, NPO2) terug op zijn korte, turbulente premierschap en geeft zichzelf een bescheiden rapportcijfer: “Ik denk ergens tussen de zes en de zeven.” Schoof trad op 2 juli 2024 aan als partijloos minister-president van een ongebruikelijke coalitie van PVV, VVD, NSC en BBB. Die samenstelling bleek politiek kwetsbaar en leidde na elf maanden tot de val van het kabinet toen de PVV zich terugtrok; twee maanden later vertrok ook NSC.
Schoof benadrukt dat er tijdens zijn termijn wel stappen zijn gezet, vooral op het asiel- en veiligheidsdossier. Hij zegt dat veel beleidslijnen zijn gestart en dat asielwetten “een heel eind” zijn gebracht, maar dat parlementaire hobbels—met name de blokkade in de Eerste Kamer—voorkwamen dat plannen afgerond konden worden. Daarom vindt hij het moeilijk zijn kabinet als volledig geslaagd of mislukt te bestempelen.
Persoonlijk was het premierschap zwaar: beelden uit zijn regeerperiode roepen emotie op en de voortdurende kritiek woog zwaar. Hij legt vooral nadruk op de impact op zijn partner en dochters, die hem niet als premier maar als familielid ervaarden. Schoof vertelt ook over de beginfase: toen Geert Wilders hem belde om hem te vragen premier te worden, dacht hij aanvankelijk dat het een grap was; een gesprek met Mark Rutte stelde hem daarna deels gerust.
Hoewel hij nooit serieus overstoppen heeft gedacht, dreigde hij intern tweemaal met opstappen om politieke druk te zetten. Zijn eindoordeel blijft terughoudend: geen groot succes, maar evenmin een totale mislukking—een voldoende, naar eigen zeggen tussen een zes en een zeven.