Dichter Egbert Hovenkamp II uut Assen: 'Het leven? Laot het maor gebeuren'
In dit artikel:
Dichter Egbert Hovenkamp II (72) uit Assen leeft zichtbaar vanuit herinnering en natuur. Geboren in Eext, groeide hij op op het boerenland en in het bos waar zijn vader als boswachter werkte; die jeugd met dieren en het buitenleven bepaalt nog steeds zijn beleving en werk. Thuis in Assen zit hij met hond Maxie tussen boeken, platen en kunst, geniet van vogels en egels en zegt kort maar kernachtig: “Maor ik bin bliede da’k leef.”
Hovenkamp valt op door zijn lange baard en kleurige kleding en heeft door uiterlijk en levenswijze weleens labels gekregen als “hippie” of “boeddhist”, maar hij wijst vaste etiketten van de hand. Religie definieert hij als agnostisch: meerdere visies spreken hem aan, maar zekerheid ontbreekt. Hij is niet bang voor de dood, wel voor het ophouden met leven; dagelijks plezier haalt hij uit gesprekken, mooie teksten en de natuur. Poëzie schrijft hij niet om te verklaren maar uit gevoel — wie het niet begrijpt, hoeft hem niet te volgen.
Taal speelt een centrale rol: Hovenkamp vertaalt teksten naar het Drèents en noemt zijn manier ‘Triantaolig’, naar de oude naam Triantha voor Drenthe. Hij zoekt woorden uit verschillende dialecten — Drenthe, Salland, Twente — omdat die voor hem gevoelswaarde hebben (een ‘kussie’ ≠ een ‘smok’). Zo bewerkte hij onder anderen Die Winterreise van Wilhelm Müller en werkt hij aan een nieuwe dichtbundel die dialectvariatie omarmt.
Het stuk verschijnt binnen de streektaalrubriek Hier kom ik weg, een samenwerking met het Huus van de Taol, waarin schrijvers in hun eigen Drentse variant aan het woord komen. Hovenkamp blijft trouw aan emotie boven systeem en laat taal en landschap de leidraad van zijn poëzie zijn.