Diana (63) en Jan Peter (71) kwamen terug naar Amsterdam: 'Brabanders zijn heel hiërarchisch, terwijl ze denken dat ze gezellig zijn'
In dit artikel:
Diana Masé (63) en Jan Peter de Valk (71) vertellen over een halve eeuw woonwisselingen die hen van hartje Amsterdam naar platteland en Zuid-Holland brachten — en weer terug. Ze ontmoetten elkaar in 1990 bij IBM, vestigden zich eerst in de Sarphatistraat en kochten daarna een oud doktershuis in De Pijp, waar dochter Sveva (1994) en zoon Jan‑Paul (1996) werden geboren. Het eerste kind kwam zelfs in een ambulance ter wereld, op een brug tussen de Ceintuurbaan en de Ruyschstraat; op de geboorteakte staat daarom geen gewoon adres, maar: “tussen de Tweede Jan Steenstraat en het OLVG.”
De praktische nadelen van stadsleven met kleine kinderen — trappen voor kinderwagens, overlast op straat en moeilijk parkeren — deden hen verhuizen naar een bungalow in Buitenveldert. Toen Diana’s moeder ziek werd, verhuisden ze naar de Beemster om mantelzorg te kunnen geven: eerst een voormalige burgemeesterswoning, daarna een stolpboerderij op 5000 m2 met een boomgaard waar Jan Peter cider van maakte. Na het overlijden van Diana’s ouders en gezien het enorme onderhoudswerk besloten ze kleiner te gaan wonen en lieten een villa bouwen bij Castricum; nostalgie speelde mee: Bakkum voelde als een verlengstuk van Amsterdam.
Later veranderden hun keuzes opnieuw door praktische overwegingen: de kinderen werden zelfstandig, zoon ging studeren in Breda, en ze wilden een kleinere woning die bovendien dicht bij een vliegveld lag omdat ze deels in Spanje verbleven. Dat bracht hen bijna vijf jaar geleden naar Eindhoven. Jan Peter, inmiddels met pensioen als directeur van verzekeraar VGZ, en Diana, die parttime werkte in het museum Next Nature in het Evoluon, merkten gaandeweg dat Eindhoven niet goed bij hen paste. Het tweetal contrasteert de Amsterdamse directheid, diversiteit en relatieve egalitaire omgangsvormen met wat zij ervoeren als meer hiërarchische, omfloerste omgangsvormen in Brabant. Kleine anekdotes illustreren dat gevoel: ruzies met een huisarts over aanspreekvormen en twee Amsterdammertjes op de veranda als heimwee-ornamenten.
Uiteindelijk vonden ze — terwijl ze in Spanje waren — een ruim huis in Buitenveldert, midden in het groen en vlakbij het Amsterdamse Bos. Ze kochten het zonder dat Jan Peter het eerst had gezien. Terug in Amsterdam waarderen ze zaken als directe contacten, goede OV‑lijnen naar de Rivierenbuurt en De Pijp, twee parkeerplaatsen voor de deur en korte reistijden naar Schiphol. Diana zegt niet te betreuren dat ze eerder vertrokken zijn: alle tussenliggende levensfasen, van mantelzorg tot cider maken, waren volgens haar waardevol. Jan Peter merkt dat ook hij “veramsterdamd” is geraakt.
Het verhaal illustreert waarom sommige mensen heen en weer verhuizen tussen stad, platteland en andere regio’s: persoonlijke levensgebeurtenissen (geboorte, ziekte, overlijden), praktische logistiek (parkeren, onderhoud, bereikbaarheid), werk en pensioen, en gevoel voor cultuur en sociale omgang spelen allemaal een rol. Voor Diana en Jan Peter viel de balans uiteindelijk uit naar het vertrouwde Amsterdamse leven — inclusief groen, buren met directe praatjes en snelle verbindingen met familie en reizen.