Deze vlammende verlichtingstekst kostte Thomas Paine bijna de kop
In dit artikel:
Thomas Paine (1737–1809), bekend als pamflettist van Common Sense en een van de geletterde founding fathers, krijgt in een nieuwe Nederlandse vertaling van Karel D’huyvetters (Het tijdperk van de rede, Damon) een hernieuwde stem. Het boek bevat teksten die Paine schreef tijdens zijn gevangenschap in Parijs rond 1793 en behandelt de vraag welke plaats geloof en kerk in de maatschappij zouden moeten innemen—een urgente kwestie toen Amerikanen een nieuwe staat opbouwden.
Paine groeide op in Norfolk, ontmoette Benjamin Franklin in Londen en trok daarna naar Amerika, waar hij als redacteur en schrijver politiek invloed verwierf. In Het tijdperk van de rede voert hij een fel, verlichtingsgezind betoog tegen georganiseerde godsdienst: de Bijbel ziet hij voornamelijk als een menselijke verzameling mythen, vertaalfouten en poëzie; profeten zijn eerder dichters dan goddelijke boodschappers; wonderen verklaart hij cynisch als trucage. Toch was Paine geen atheïst maar een deïst: hij geloofde in een schepper die een wereld met rationele wetten ontwierp en in de menselijke rede als middel om God te begrijpen. Zijn overtuiging dat ieders geweten de eigen kerk is, leidde tot de reputatie van ketter en veroorzaakte maatschappelijk verzet—kritiek die hem zelfs zijn leven had kunnen kosten.
Historisch past Paine in een traditie van bijbelkritiek (Erasmus, Spinoza), maar zijn aanpak staat aan het begin van wat later een wetenschappelijke bedrijfstak werd. Wie zoekende is naar gedegen, academische bronkritiek moet bij moderne bijbelwetenschap zijn; wie echter wil lezen wat een vurige verlichtingsstem te zeggen had over geloof en samenleving, vindt in Paine scherpe, bijwijlen humoristische analyses. De vertaling maakt deze polemiek toegankelijk voor hedendaagse lezers.