Deze roman over kunst en moreel verval in een door klimaatrampen verwoest Groot-Brittannië is een ambitieuze zet
In dit artikel:
In haar debuutroman *Landschappen* combineert Christine Lai dagboeknotities, essays en beschrijvingen van kunstwerken. Die vorm past bij de hoofdpersoon, kunsthistorica Penelope, die in het vervallen Mornington Hall een kunst- en bibliotheekcollectie inventariseert. Het landhuis staat aan de vooravond van de ontmanteling in een Groot-Brittannië dat door klimaatrampen grotendeels is verwoest. Erfgenaam Aidan vangt er bovendien vluchtelingen op.
Wanneer Aidans broer Julian zijn afscheid aankondigt, krijgt Penelope nachtmerries en komen herinneringen aan haar vroegere werkzaamheden voor hem naar boven. De roman laat haar traumatische ervaring grotendeels onbenoemd. De essays over kunstwerken waarin seksueel geweld en femicide centraal staan, lijken mogelijke aanwijzingen te geven voor wat haar is overkomen.
Kunstwerken vormen in Lai’s boek meer dan decor: ze fungeren als onderdelen van een persoonlijk archief en drukken uit wat Penelope niet in taal kan vastleggen. Haar belangstelling voor Turner, met diens schilderijen van woeste landschappen, zeeën en ruïnes, sluit aan bij zowel de verwoeste omgeving als haar mentale toestand.
De gekozen combinatie van dystopie, kunstkritiek en een gefragmenteerde vertelvorm is ambitieus, maar volgens de bespreking werkt die niet volledig. Penelope blijft te weinig concreet en het verhaal komt daardoor minder overtuigend over als portret van mensen. Wel stelt Lai relevante vragen over de betekenis van kunst, de grenzen van taal en de zeggingskracht van beelden in een moreel ontwrichte samenleving. De roman wordt uiteindelijk eerder gezien als een intellectueel spel met kunstwerken dan als een geslaagd verhaal.
Vandaag Inside: Nog meer pech voor Kees de Bever na ongeluk op filmset