Deze PvdA-burgemeester zoekt de grenzen op in zijn strijd tegen ondermijnende misdaad
In dit artikel:
Burgemeester Jan Hamming (PvdA) van Zaanstad staat de laatste maanden onder vuur vanwege zijn harde optreden tegen ondermijnende criminaliteit in Zaandam-Oost. Wat begon als het veelgeprezen Pact Zaandam Oost—een twintigjarenprogramma met honderd miljoen euro rijkssteun om leefbaarheid te verbeteren—veranderde volgens onderzoek van Follow the Money in een aanpak waarbij een speciaal interventieteam bewoners routinematig als verdacht bestempelde en soms ver over juridische en ethische grenzen zou zijn gegaan.
De controverse escaleerde eind november tijdens een bewonersbijeenkomst, waar omwonenden zich luidkeels beklaagden over intimidatie, ongevraagd binnentreden en het verzamelen van persoonsgegevens zonder de juiste grondslag. Meerdere bronnen — onder meer videobeelden, app- en mailverkeer — suggereren dat controleurs in sommige gevallen met grote teams ’s avonds bij adressen verschenen en dat binnen het interventieteam in appgroepen denigrerend over doelgroepen werd gesproken. Bewoners voelen zich hierdoor gestigmatiseerd; enkelen meldden dat zelfs persoonlijke foto’s en privéruimtes zijn vastgelegd.
Hamming profileert zich al langer als onverzettelijke bestrijder van criminaliteit. Als bestuurder in Tilburg en Heusden bouwde hij een reputation op als 'crimefighter' en zette hij publiek zichtbaar opgetuigde maatregelen in tegen drugspanden. In Zaanstad voerde hij de strijd tegen wat hij de ‘glazenwassersmaffia’ noemt — een vermeend netwerk van buitenlandse arbeidsmigranten en bovenliggende criminele families dat volgens een door de gemeente ingehuurd Bureau Beke-rapport uit 2023 zou opereren. Dat rapport baseert zich echter grotendeels op tien anonieme respondenten en niet op recente strafdossiers; daadwerkelijke vervolgingen tegen vermeende kopstukken zijn na Hammings aantreden uitgebleven.
Rechtszaken en gemeentelijke onderzoeken wezen Hamming eerder al op overmatig ingrijpen. Een rechter trok bijvoorbeeld de sluiting van twee Zaandamse horecazaken in twijfel omdat de burgemeester te snel tot vergaande stappen zou hebben besloten. Intern op het stadhuis veroorzaakte de aanpak grote verdeeldheid: leiders van sommige afdelingen twijfelden aan de juridische houdbaarheid van werkwijzen, medewerkers meldden burn‑out en onveiligheid en anonieme brieven spreken van angstcultuur en politieke druk. De gemeente organiseerde ‘morele-dilemmagesprekken’, maar onvrede bleek hardnekkig.
De aanpak leidde ook tot politieke ontwrichting. Eylem Köseoglu, raadslid en prominent criticus binnen GroenLinks-PvdA, kaartte institutionele discriminatie en rechtsstatelijke risico’s aan. Haar kritiek mondde uit in interne spanningen waarbij zij naar eigen zeggen onder druk werd gezet om af te treden; ze deed aangifte wegens chantage en later werd zij door leden tot lijsttrekker gekozen. De ruzie sleepte wethouders en raadsleden mee en leidde tot meerdere opstappen binnen het college.
Hamming verdedigt zijn koers als noodzakelijk om kansarme kinderen en wijken te beschermen en wijst op investeringen zoals een informatiepunt voor arbeidsmigranten en honderden miljoenen euro’s rijksgeld voor kwetsbare gebieden. Tegelijk blijft de kernvraag open: wie beschermt de rechtsstaat en de individuele rechten van bewoners wanneer de bestrijding van ondermijning met grof geschut wordt uitgevoerd? Critici waarschuwen dat stigmatisering van hele groepen het tegengestelde effect heeft en de sociale vooruitgang die het Pact belooft juist ondermijnt.