Deze Palestijnse ngo kreeg Amerikaanse sancties opgelegd voor samenwerking met het Internationaal Strafhof: 'Ze zullen ons niet afschrikken'
In dit artikel:
Het Witte Huis plaatste vorig jaar het Palestinian Centre for Human Rights (PCHR) en twee andere Palestijnse organisaties op een Amerikaanse sanctielijst omdat zij het Internationaal Strafhof (ICC) zouden hebben ondersteund bij onderzoeken naar Israëlische leiders. Als gevolg daarvan werden bankrekeningen snel bevroren; PCHR-adjunct-directeur Hamdi Shaqura zegt dat de organisatie sindsdien “geen geld kan ontvangen, geen geld sturen, helemaal niks.” De Amerikaanse uitleg was dat de organisaties direct bijdroegen aan pogingen van het ICC om Israëliërs te onderzoeken en te arresteren, nadat het hof een jaar eerder aanhoudingsbevelen had uitgevaardigd tegen onder meer Benjamin Netanyahu en Yoav Gallant.
PCHR, opgericht in 1995 en gevestigd in Gaza, levert juridische bijstand en documenteert mensenrechtenschendingen — dat laatste werk vormt volgens Shaqura een belangrijke bron voor het ICC. De sancties belemmeren echter essentiële activiteiten: salarissen kunnen niet worden betaald, personeel werkt vaak vrijwillig door, en reis- en projectkosten moeten door partnerorganisaties worden opgevangen. Shaqura ziet de maatregelen tegelijk als bewijs voor de impact van het werk van zijn organisatie.
Shaqura schetst een schrijnend beeld van Gaza. Hoewel er ruim een halfjaar geleden een staakt-het-vuren werd aangekondigd, noemt hij dat vooral een papieren overeenkomst: dodelijke aanvallen met drones, raketten en vliegtuigen gaan door, en het dagelijkse dodental zou weliswaar zijn gedaald maar houdt niet op. Belangrijke delen van Gaza blijven bezet; een tijdelijke demarcatielijn (‘gele lijn’) wordt op meerdere plaatsen opgeschoven, waardoor burgers steeds minder bewegingsruimte hebben en bij nadering onder vuur komen. Humanitaire hulp en materiaal voor wederopbouw worden beperkt binnengelaten; riolering, water- en elektriciteitsnetten zijn grotendeels verwoest en er zouden nog steeds lichamen onder het puin liggen.
De schade raakt ook voorzieningen op lange termijn: scholen functioneren vaak in tenten of staan leeg, waardoor kinderen risico lopen analfabeet op te groeien. Shaqura meldt dat drie PCHR-medewerkers door Israëlische aanvallen zijn omgekomen, waaronder twee vrouwelijke juristen die ontheemden bijstonden. Hulpmedewerkers lopen volgens hem ook zelf gevaar; Unicef meldde recent dat twee gehuurde chauffeurs bij een waterpunt door Israëlische militairen zijn gedood.
Shaqura waarschuwt dat de voorwaarden voor een kwalificatie als genocide — bewust gecreëerde levensomstandigheden met het doel een groep deels of geheel te vernietigen — nog steeds aanwezig zijn, en spreekt van vrees voor etnische zuivering. Hij verwerpt het idee van de door de Amerikaanse president voorgestelde ‘vredesraad’ voor Gaza als aantasting van Palestijns zelfbeschikkingsrecht. Tot slot roept hij Europese landen op krachtiger op te treden tegen wat hij ziet als straffeloosheid en zelfs medeplichtigheid, onder meer door het opschorten van het EU-Israël associatieverdrag; hij vergelijkt die eis met de snelle Europese reactie op de Russische inval in Oekraïne en vraagt waarom diezelfde vastberadenheid niet wordt ingezet voor Palestina.