"Deze luchten hadden we vroeger niet"

zondag, 24 mei 2026 (11:46) - De Andere Krant

In dit artikel:

Luchtvaart- en ruimtevaartingenieur dr. ir. Coen Vermeeren houdt vast aan zijn stelling dat grootschalige geo‑engineering — vaak aangeduid met de term ‘chemtrails’ — serieus onderzocht moet worden. Na zijn boek Verduisterende Praktijken (mei 2024) bouwt hij dat dossier verder uit via een nieuwe Substack (9 mei 2025) en vraagt hij dringend onafhankelijk en systematisch onderzoek in Nederland en Europa. Zijn oproep komt naast publieke signalen van Nederlanders zoals natuurboer Marcel van Silfhout, die op social media veel aandacht trok met foto’s en filmpjes van “strepen” aan de hemel.

Vermeeren wijst op meerdere pijlers die volgens hem samen een plausibel beeld schetsen: nieuwe wetgeving in de VS (waaronder Florida’s SB56 die sinds 1 juli 2025 geo‑engineering strafbaar stelt), politieke aandacht van figuren als de Amerikaanse minister van Volksgezondheid Robert Kennedy, laboratoriumanalyses van neerslag en smeltwater (recent gepresenteerd door de Amerikaanse chemisch ingenieur Brandon Iglesias) met verhoogde concentraties metalen, patenten die verspreidingstechnieken beschrijven (zoals patent US5003186 uit 1991 van Hughes Aircraft), en verklaringen in militaire en wetenschappelijke publicaties over weermodificatie. De WMO publiceerde in juni 2025 een Statement on Weather Modification waarin zij erkent dat programma’s voor mistverdrijving en neerslagaanpassing in tientallen landen plaatsvinden, maar dat er geen internationaal regelgevend kader bestaat.

Een kernpunt in Vermeerens betoog is het verschil tussen ‘contrails’ — korte, snel verdwijnende condenssporen — en persistent uitbreidende strepen die zich uitwaaieren tot een sluier. Hij gebruikt de gebeurtenis van 8 augustus 2022 als casus: radiosondegegevens boven Noord‑Europa toonden relatief lage luchtvochtigheid op kruishoogte, waarna desondanks lange, aanhoudende sporen verschenen en samenvloeiden tot een wolkensluier. Met berekeningen komt Vermeeren tot de conclusie dat conventionele kerosinecondensatie die ontwikkeling fysisch nauwelijks kan verklaren zonder een onrealistisch groot aantal vliegtuigen. Volgens hem is die berekening niet weerlegd, en officiële instanties reageerden nauwelijks inhoudelijk.

Het KNMI en het RIVM houden op hun beurt vast aan de gangbare verklaring: wat burgers als ‘chemtrails’ ervaren zijn contrails of het gevolg van atmosferische omstandigheden; “chemtrails bestaan niet”, luidt het officiële standpunt. Vermeeren wijst op een andere klacht: het KNMI registreert ‘streepvolle dagen’ niet systematisch, terwijl sociale media sinds 2024 fungeren als een grootschalig burgerarchief met tijd‑ en locatiegestuurde foto’s. Voor hem is het ontbreken van openbare, peer‑reviewde meetreeksen niet bewijs van afwezigheid van een fenomeen maar van het ontbreken van onderzoek.

Vermeeren pleit daarom voor concrete stappen: systematische monstername van neerslag in Nederland met open data en peer‑review, technische beantwoording van vragen door KNMI en RIVM, en parlementaire aandacht vergelijkbaar met wetgevende initiatieven in de VS. Hij onderstreept dat individuele aanwijzingen (patenten, lokale analyses, wetgeving, getuigen) op zichzelf weerlegbaar zijn, maar dat hun convergentie op zijn minst reden is voor onafhankelijke toetsing.

Achtergrond: Vermeeren was 35 jaar aan TU Delft verbonden maar raakte later in onmin met de universiteit wegens zijn publieke uitspraken over UFO’s en 9/11; dat speelde mee in discussies over studenten‑ en instituutsbetrokkenheid bij onderzoek naar vliegtuigsporen. Kleinschalige initiatieven zoals Geoengineeringwatch.org voerden volgens Vermeeren wél veldonderzoek uit en vonden verdachte deeltjes, iets dat in documentaires en praatprogramma’s extra aandacht kreeg. Vermeeren sluit af met een oproep: objectieve, open en transparante metingen zijn nodig om twijfels weg te nemen of om wat er boven ons hoofd gebeurt afdwingbaar en gecontroleerd te kunnen onderzoeken.

BEKIJK OOK:

Het Oranje Café: Boukhari: 'Keeper Marokko had penaltynemers al op speciale manier geanalyseerd'