Deze gevierde crimefighter wil corrupte presidenten in Nederland voor de rechter brengen
In dit artikel:
Richard Goldstone, oud-aanklager van de VN‑tribunalen voor Joegoslavië en Rwanda, dringt er met klem op aan een internationaal Anticorruptiehof op te richten naar het model van het Internationaal Strafhof in Den Haag. Vanuit Kaapstad — en gestoeld op decennia onderzoek naar oorlogsmisdaden en staatsrepressie — betoogt hij dat corruptie niet een bijzaak is maar de motor achter autocratie, onderdrukking en soms zelfs massaal geweld. “Corruptie is de basis van autocratische en repressieve regimes,” zegt hij.
Wie is en waarom
Goldstone kreeg nationale bekendheid toen hij vlak voor Nelson Mandelas aantreden in Zuid‑Afrika een onderzoek leidde naar de explosie van politiek geweld rond de machtsoverdracht. Hij ontdekte dat elementen binnen de binnenlandse veiligheidsdienst heimelijk acties organiseerden om Mandela te ondermijnen; dat leidde tot ontslagen van tientallen functionarissen. Later werd hij eerste hoofdaanklager bij de VN‑tribunalen en onderzocht hij ook misdrijven in Kosovo en Gaza. Overal merkte hij hetzelfde patroon: financiële belangen en corruptie versterken repressie en vermijden strafrechtelijke aansprakelijkheid.
De kern van het probleem
Goldstone benadrukt dat corruptie enorme maatschappelijke schade veroorzaakt: miljarden die ontbreken in zorg en onderwijs, rechten van arme burgers die worden geschonden en een wereldwijde vermenging van politiek en bedrijfsleven. Sommige organisaties schatten de jaarlijkse kosten op circa 5% van het wereld‑bbp — ruwweg 2,5 biljoen euro. Belangrijke voorbeelden uit zijn ervaring: het Oil‑for‑Food‑schandaal in Irak, waarbij duizenden bedrijven en ook diplomaten en politici betrokken waren, terwijl veel topbegunstigden nooit echt werden aangepakt. Kleptocraten zetten hun vermogen weg in veilige jurisdicties — vastgoed in Londen, Zwitserse rekeningen, brievenbusfirma’s in Panama en complexe holdingstructuren, ook via Nederland — waardoor slachtoffers weinig mogelijkheden hebben om hun gestolen middelen terug te krijgen.
Het voorstel: een tweedelig hof
Het Anticorruptiehof zoals Goldstone dat voorstelt, krijgt twee duidelijke taken:
- Een strafrechtelijke divisie die individuen vervolgt: staatshoofden, ministers en hun ‘enablers’ — advocaten, bankiers, makelaars die corruptie faciliteren.
- Een civiel/financiële divisie die corrupt verkregen vermogen opspoort, invriest en beheert met het oog op repatriëring aan getroffen staten en slachtoffers.
Het hof zou volgens het subsidiariteitsprincipe werken: alleen ingrijpen wanneer een land zelf niet kan of wil vervolgen. Daarmee vult het een leemte die het bestaande VN‑antikorruptieverdrag (UNCAC) laat: UNCAC heeft veel lidstaten maar weinig afdwingbare mechanismen voor terugvordering en vervolging.
Praktische en politieke obstakels
Goldstone erkent grote politieke horden. Grootmachten als Rusland en China zijn tegen internationale rechtbanken en de Verenigde Staten wisselen tussen steun en afwijzing. Toch ziet hij kansen: kleinere staten blijken vaker bereid soevereiniteit te delen in ruil voor bescherming en herstelmogelijkheden. Cruciaal voor effectiviteit is deelname van financiële knooppunten — Londen, Nederland, Singapore, Zwitserland — omdat daar het witgewassen geld stroomt; zonder die toegang blijft vervolging papieren werkelijkheid.
Waarom niet uitbreiden van het ICC?
Goldstone verwerpt het idee het werk onder te brengen bij het bestaande Internationaal Strafhof. Juridische uitbreiding van het ICC is traag (het toevoegen van agressie duurde tientallen jaren) en institutioneel mist het hof de gespecialiseerde financiële expertise die nodig is voor grootschalige witwas‑ en vermogensonderzoeken. Ook professionele capaciteit en snelheid zijn volgens hem essentieel: reguliere processen in nationale rechtsstelsels slepen vaak jaren aan.
Ondersteuning en locatie
Het initiatief heeft inmiddels politieke en publieke steun gekregen: zes soevereine landen en ongeveer vijftig prominente ex‑staatshoofden en premiers hebben zich erachter geschaard, waaronder voormalige leiders uit Costa Rica, Chili en de ex‑premiers Jan Peter Balkenende en Gordon Brown. Nederland leverde als eerste een subsidie en Den Haag wordt gezien als aantrekkelijke vestigingsplaats vanwege bestaande internationale infrastructuur.
Waarom het ertoe doet
Voor Goldstone is het Anticorruptiehof geen abstract juridisch project maar een noodzakelijke interventie om kwetsbare samenlevingen middelen terug te geven, rechtsongelijkheid te bestrijden en de structurele band tussen financieel gewin en politieke repressie te doorbreken. Zonder een internationaal, onafhankelijk instrument blijven oligarchen en hun facilitators volgens hem grotendeels onaangetast — met alle gevolgen voor ongelijkheid, conflict en onrecht.