Deze filosoof werd boer: 'Ik heb meer vrijheid met een schoffel in mijn hand'

zondag, 17 augustus 2025 (14:20) - Trouw

In dit artikel:

Reinier Hoon (31) ruilde de universiteit in voor het boerenleven en runt sinds 2019 het tuinbouwbedrijf Goutte in Riemst (Belgisch Limburg), vlakbij de taalgrens en zijn geboortedorp Kanne. Waar hij als jonge docent politieke filosofie het gevoel had dat zijn vrijheid en verbinding met de samenleving verdwenen, vond hij op het erf opnieuw autonomie: een kas, een boerderijwinkel in de schuur, een trekker en ongeveer 400 leghennen. Hij teelt vooral groenten, kruiden en voert veredeling op ongeveer tachtig rassen; daarnaast heeft hij pompoenen op een perceel op de Louwberg en anderhalve hectare in het Jekerdal.

Hoon combineert praktijk en denktraditie. Zijn academische achtergrond in politieke filosofie — met bijzonder veel waardering voor John Rawls — kleuren zijn landbouwvisie. Rawls’ idee van een “realistische utopie” gebruikt Hoon als norm: streven naar een eerlijker voedselsysteem waarin producten voor iedereen toegankelijk zijn en mensen vrij kunnen kiezen. Die balans tussen gelijkheid en vrijheid is volgens hem ook toepasbaar op voedsel: goede landbouw moet zowel democratisch bereikbaar als uitnodigend zijn.

De aanleiding voor zijn overstap was deels existentiëel: academische publicatiedruk, bureaucratie en een gesloten filosofenbubbel maakten hem onvrij. Als boer ervaart hij juist meer handelingsruimte en zingeving. Praktisch gezien wil Hoon een alternatief bieden voor wat hij ziet als de problematische gangbare landbouw: efficiënt en goedkoop, maar smaakarm en gezondheidsarm. Waar veel moderne teelten volgens hem leiden tot verdunde groenten met minder voedingsstoffen, zet hij smaak centraal. Voor hem is smaak geen luxe maar een indicator van gezondheid — van mens én bodem — en het belangrijkste uitgangspunt van zijn bedrijf.

Zijn onderneming zoekt niet alleen kleinschalige idealen; Hoon is realistisch over de concurrentie. Hij erkent de kracht van het huidige systeem (prijs, gemak, aanbod) en probeert daar lering uit te trekken zodat zijn bedrijf niet in een niche blijft hangen. Daarom staat hij wekelijks op markten (onder andere in het Waalse Visé), houdt hij prijzen “bescheiden maar eerlijk” en richt hij de boerderijwinkel in met producten van collega-boeren: brood, kaas, worst, wijn, vis en eieren. Die samenwerking onderstreept zijn overtuiging dat systeemverandering collectief moet gebeuren.

Culturele en geografische ligging spelen mee: Hoon prijst de Waalse aandacht voor smaak en het relatief grote aandeel biologische landbouw daar (circa 14% tegenover 3–4% in Vlaanderen en Nederland). Zijn manier van werken is hands-on en observatief: hij benadrukt het belang van de omgeving van de plant en laat ze veel ruimte om te ‘expressen’, met minimale ingrepen. Deze houding reflecteert zijn persoonlijke levensfilosofie, die ontstaat door praktijk, fouten maken en direct contact met natuur, meer dan door theoretische studie alleen.

Kortom: Hoon gebruikt filosofische concepten als richtingwijzer, maar baseert zijn veranderopdracht op praktische landbouw en smaak. Zijn missie is niet alleen duurzame productie, maar het herwaarderen van smaak en het creëren van een toegankelijk, eerlijker voedselsysteem door kleinschalige, samenwerkende initiatieven die leren van en concurreren met het dominante model.