Deze econoom voorspelde de kredietcrisis en waarschuwt nu voor een krach van het voedselsysteem
In dit artikel:
Anastasia Nesvetailova, hoofd macro-economisch en ontwikkelingsbeleid bij UNCTAD en econoom die voorafgaand aan 2008 al waarschuwde voor een financiële crash, luidt opnieuw de noodklok. Zij ziet nu niet banken maar een klein aantal reusachtige voedselhandelaren — vaak aangeduid met de afkorting ABCCD — uitgroeien tot systeemrelevante spelers die steeds meer financiële risico’s nemen. Waar banken in 2007-2009 de zwakke schakel waren, fungeren deze agroreuzen volgens haar steeds vaker als ‘schaduwbanken’: ze verpakken schulden, securitiseren risico’s en halen grote delen van hun winst uit financiële activiteiten in plaats van uit echte handel in voedsel.
Nesvetailova, die inmiddels in Genève werkt, wijst op de combinatie van geopolitieke onrust en klimaatschokken die de prijzen van graan, koffie en cacao volatiel maken en landen ertoe aanzet te hamsteren. “Ik wil me niet voorstellen” wat een ineenstorting van de wereldwijde voedselvoorziening zou betekenen, zegt ze: in een dergelijke crisis zijn niet alleen voedselprijzen maar ook meststoffen, logistiek en productiegrondstoffen geraakt. In een recent UNCTAD-rapport staat dat ongeveer 75 procent van de inkomsten van grote voedselhandelaren afkomstig is uit financiële activiteiten, niet uit fysieke handel — een echo van het pre-2008‑model van banken.
De machtsconcentratie vormt volgens haar meerdere risico’s. Deze bedrijven beheersen kerninfrastructuur, informatie en toegang tot financiering, waardoor boeren — zeker in ontwikkelingslanden — van hen afhankelijk raken voor krediet en afzet. Als zulke spelers in financiële problemen komen, kunnen ze politieke druk uitoefenen op staten met het argument dat hun redding essentieel is voor de voedselvoorziening. Dat roept de klassieke ‘too big to fail’-vraag op, maar in een sector die directe effecten op voedselzekerheid heeft.
Nesvetailova pleit niet voor een totaalverbod op financiële activiteiten rond voedsel — niet alle financiële instrumenten zijn schadelijk — maar voor veel meer transparantie en regulering. Overheden moeten toegang hebben tot financiële data van deze bedrijven, inzicht in voorraden en het netwerk van dochterondernemingen, en het systeem kunnen onderwerpen aan stresstests vergelijkbaar met die voor banken. Zo kunnen beleidsmakers de omvang van het risico beter inschatten en voorkomen dat privaat gefinancierde posities de publieke voedselzekerheid ondermijnen.
Voor landen als Nederland, die geen grote strategische voorraden aanhouden maar sterk exportgericht zijn, is de waarschuwing relevant: in crisisjaren kunnen marktmacht en informatievoorsprong van agroreuzen nationale keuzen en bevoorrading beïnvloeden. Nesvetailova’s oproep is duidelijk: erken de financiële transformatie van de voedselsector en bouw beleidsinstrumenten—transparantie, stress‑testing en publieke voorbereiding—om een mogelijk veelomvattende systeemcrisis te voorkomen.