Deze drie hoopvolle boeken maken korte metten met de illusie van machteloosheid

zondag, 2 augustus 2026 (11:13) - De Volkskrant

In dit artikel:

De opeenvolging van hittegolven, bosbranden, overstromingen en oorlogen kan gemakkelijk leiden tot fatalisme. In de wetenschap wordt een reeks elkaar versterkende rampen een cascade-effect genoemd. Klimaatverandering kan zo’n keten op wereldschaal veroorzaken, met niet alleen fysieke schade, maar ook hongersnood, epidemieën en maatschappelijke onrust. Tegenover dat doemdenken worden drie boeken over vooruitgang en verandering besproken.

De Amerikaanse schrijver en activist Rebecca Solnit zoekt hoop in de geschiedenis. In haar boek *Het begin volgt op het einde* beschrijft ze hoe oude maatschappelijke structuren afbrokkelen, terwijl daaruit nieuwe mogelijkheden ontstaan. Ze wijst op de emancipatiebewegingen die na de Tweede Wereldoorlog opkwamen, waaronder de strijd voor burgerrechten, de tweede feministische golf en de homobeweging. Volgens Solnit laten zulke ontwikkelingen zien dat gelijkheid en inclusie in relatief korte tijd terrein kunnen winnen.

Ook in haar eerdere boek *A Paradise Built in Hell* onderzocht Solnit hoe mensen reageren op rampen. Bij aardbevingen, orkanen en andere catastrofes zag zij niet alleen chaos, maar ook solidariteit en bereidheid om elkaar te helpen. Dat zogenoemde prosociale gedrag zou volgens haar niet pas tijdens een ramp moeten ontstaan. Meer onderling vertrouwen en een rechtvaardiger verdeling van middelen kunnen samenlevingen bovendien beter voorbereiden op toekomstige crises, vooral op de gevolgen van klimaatverandering.

Solnit erkent dat er altijd tegenkrachten bestaan. Individualisme, autoritair leiderschap en het idee dat succes uitsluitend persoonlijke verdienste is, staan volgens haar tegenover maatschappelijke verbondenheid. Haar optimisme steunt daardoor niet op de verwachting dat problemen vanzelf verdwijnen, maar op het historische inzicht dat veranderingen wel degelijk mogelijk zijn. De recensent vindt haar voorbeelden soms selectief en haar beeldspraak overvloedig, maar noemt haar boek wel een overtuigende bron van troost en perspectief.

Een Nederlandse variant op dit vooruitgangsdenken biedt Jan Rotmans in *Kanteltijd – Op weg naar een betere wereld*. De hoogleraar transities en onderzoeker richt zich op Nederland en doet voorstellen voor een eerlijkere, groenere en slimmere samenleving. Hij bespreekt onder meer voedselbossen, gemeenschapsboerderijen, wijktuinen, circulaire campussen en schone energieopslag. Ook pleit hij voor meer aandacht voor kunst en filosofie, omdat die het vermogen om anders te denken en ons de toekomst voor te stellen versterken.

Rotmans benadrukt dat welvaart niet mag worden gereduceerd tot economische groei en dat burgers zelf invloed hebben op de systemen waarvan zij deel uitmaken. Vrijwilligers die groen onderhouden of zwerfafval opruimen leveren volgens die gedachte al een concrete bijdrage. Zijn enthousiasme werkt aanstekelijk, maar hij gaat volgens de recensent soms buiten zijn deskundigheid. Dat geldt vooral voor zijn ideeën over onderwijs en zijn beroep op een vermeende Nederlandse historische voortrekkersrol. Zulke passages verzwakken zijn bredere, relevantere punt dat maatschappelijke verandering niet uitsluitend van bestuurders hoeft te komen.

Katrien Termeer richt zich in haar boek op ambtenaren, politici, bestuurders en andere professionals die vastgelopen systemen proberen te veranderen. Zij benadrukt dat complexe problemen, zoals de overgang naar kringlooplandbouw, zelden met één grote ingreep worden opgelost. Idealistische doelen botsen geregeld met politieke belangen, bestaande regels en praktische bezwaren. Daarom zijn kleine, haalbare successen belangrijk: ze kunnen vertrouwen opbouwen en ruimte creëren voor volgende stappen.

Termeer laat zien hoe gesprekken over transities weer op gang kunnen komen en welke interventies kansrijk zijn. Grote veranderingen vragen volgens haar om geduld, volharding en mensen die soms jarenlang achter de schermen blijven aandringen. Waar Rotmans vooral grootse vergezichten schetst, waarschuwt zij dat niet iedereen de tijdelijke chaos van een ingrijpende omwenteling wil accepteren.

De drie auteurs verschillen in aanpak, maar delen de overtuiging dat machteloosheid geen vaststaand gegeven is. Of de klimaatcrisis nog volledig kan worden gekeerd, blijft onzeker en hun hoop kan naïef lijken. Toch bieden hun boeken een bruikbaar uitgangspunt: vooruitgang begint vaak niet met een spectaculaire omwenteling, maar met veel kleine acties die samen een wezenlijk verschil kunnen maken.

BEKIJK OOK:

De Oranjezomer: Guido den Aantrekker komt met opvallende theorie over deelname Anouk aan De Bondgenoten