Deze 'beruchte' Amsterdamse buurt konden NSB'ers voor de oorlog beter alleen 'in groepjes van minstens drie' betreden
In dit artikel:
In het interbellum ontwikkelde de Transvaalbuurt in Amsterdam zich tot een uitgesproken links-joodse volkswijk waar sociaaldemocratische partijen structureel grote meerderheden behaalden. Door sloop van krotten rond het Waterlooplein vestigden veel Joodse arbeiders zich vanaf 1910 in nieuwbouwwijken zoals de Transvaalbuurt, wat de buurt cultureel en politiek karakteriseerde: sterk sociaal-democratisch en vaak antifascistisch. Colportagetochten van politieke partijen liepen daar regelmatig uit op vechtpartijen; fascisten waren er onveilig en de NSB raadde leden aan alleen in kleine groepjes te lopen.
Een scherp voorbeeld van die spanning is het geval Jacob Lomme, een 43‑jarige NSB‑caféhouder met een houten been in de Pretoriusstraat. Lomme stond bekend om zijn luidruchtige, fascistische klantenkring en om openlijke antisemitische uitlatingen. Op dinsdagavond 19 juni 1934 escaleerde het nadat Lomme weigerde een Joodse arbeider te bedienen: buurtbewoners sloegen hem zodanig toe dat hij in het ziekenhuis belandde. In het café was toen ook zijn jonge zoon aanwezig. De politie beschouwde de aanval niet als een geïsoleerd incident en bevestigde dat NSB’ers in de buurt vaak vijandig werden bejegend.
De vijandigheid tegen de NSB kwam later duidelijk terug bij de verkiezingen van 1937, toen Anton Mussert en zijn beweging sterk verloren (ongeveer 4 procent). In de Transvaalbuurt werd dat gevierd met een theatrale ‘begrafenis’ van de NSB; de politie sloeg na korte tijd hardhandig op de menigte in omdat er geen vergunning was aangevraagd.
Lomme sloot zijn café in 1944 met plannen voor een nieuwe zaak, maar die kwamen niet meer van de grond. Op 7 mei 1945 werden hij en zijn zoon (die later bij de SS had gediend) gearresteerd; beiden kregen boetes en gevangenisstraffen. Jacob Lomme keerde in januari 1947 vrij, zijn café in de Transvaalbuurt werd nooit heropend. Het verhaal illustreert hoe sterk politieke en etnische tegenstellingen in die periode de levens van bewoners en lokale verhoudingen bepaalden.