Deze Belg helpt kleine landen om op te boksen tegen de grote tijdens de klimaatonderhandelingen: "Geen enkel land mag achtergelaten worden"
In dit artikel:
Alec Van Vaerenbergh, een Mechels jurist bij DLA Piper, werkt pro bono op de 30e VN-klimaatconferentie in Brazilië om kwetsbare landen sterker te maken aan de onderhandelingstafel. Dit jaar ondersteunt hij de delegatie van Madagascar: hij helpt bij het opstellen van tussenkomsten en voorstellen, legt contacten met andere landen en zorgt ervoor dat technische dossiers gevolgd kunnen worden — taken waar de beperkte staf van zo’n land anders niet aan toekomt.
Madagascar kan zonder hulp slechts met acht mensen naar de COP komen; dankzij de bijdrage van Van Vaerenbergh en zijn kantoor konden er drie extra delegatieleden meegaan. Dat verschil betekent dat Madagascar gelijktijdige, technisch zware vergaderingen beter kan bijwonen en tijdig kan reageren op ontwikkelingen die over steun of financiering beslissen. Ter vergelijking: België stuurt alleen al dertig politici en onderhandelaars, en ruim tachtig mensen in totaal, waaronder activisten, wetenschappers en bedrijfsvertegenwoordigers.
De bijdrage is niet alleen financieel van belang. Veel landen uit het Globale Zuiden missen juridische en taalkundige capaciteit: op de COP wordt bijna alles in hoog Engels gevoerd, terwijl Madagascar primair Malagassisch en Frans gebruikt. Onderhandelingen draaien bovendien om precieze woordkeuze — termen als “zouden kunnen”, “zullen” of “moeten”, of labels als “erkend” of “ondersteund”, bepalen hoe bindend afspraken zijn. Juridische scherpte kan dus directe gevolgen hebben voor toegang tot klimaatfondsen en prioritering van projecten, bijvoorbeeld voor kustbescherming of klimatologisch aangepaste landbouw.
Van Vaerenbergh benadrukt dat Madagascar een bijzondere fragiele positie heeft: het is het armste land ter wereld zonder oorlog, waar basisvoorzieningen vaak onzeker zijn. De hulp van externe experts maakt het voor zulke landen haalbaarder om dossiers voor te bereiden en te voorkomen dat ze over het hoofd worden gezien in de grote machtsdynamiek op de COP. Op die manier probeert hij bij te dragen aan een eerlijker speelveld waarin “geen enkel land wordt achtergelaten”.