Deze 17 Ajaxleden overleefden de oorlog niet: 'Onze lieve Heer zal ons nooit scheiden'

zondag, 3 mei 2026 (07:48) - Het Parool

In dit artikel:

Zeventien leden van Ajax werden tijdens de Tweede Wereldoorlog gedood, onder wie tien Joden. Hun namen kwamen pas recent aan het licht dankzij het speurwerk van twee vrijwilligers van Erfgoed Ajax, Max Flam (64) en Evert Vermeer (72). Op 4 mei worden zij voor het eerst herdacht bij de gedenkplaat op sportcomplex De Toekomst; op 5 mei volgt in de Johan Cruijff Arena een vrijheidsmaaltijd en een kleine expositie over Ajax’ oorlogsverleden.

Een van de slachtoffers is Joseph Abraham Davidson (1891-1944). Davidson was sinds 1911 lid van Ajax, speelde ook cricket in het eerste team en sponsorde als jonge ondernemer al sportevenementen, onder meer een sportdag in 1915. In 1938 stond hij op de erelijst voor leden die de club meer dan 25 jaar hadden gediend. Hij runde samen met zijn vader het effecten- en assurantiekantoor Davidson & Zoon aan het Rokin 91; in augustus 1941 werd het bedrijf door de bezetter door de Lirobank onteigend. Naar aanleiding van vermoedelijk verraad werd Davidson in oktober 1943 naar concentratiekamp Vught gebracht, daarna naar Westerbork en op transport gezet naar Auschwitz, waar hij op 31 januari 1944 op 52‑jarige leeftijd aan vlektyfus overleed. Uit bewaarde brieven blijkt dat hij in november 1943 nog liefdevolle woorden richtte aan zijn niet-Joodse vrouw Hendrika Koster, op de dag dat zij 16 jaar getrouwd waren.

Ajax was nooit formeel een Joodse club, maar kende wel veel Joodse aanhang; het aandeel Joodse clubleden was kleiner. Toen de Duitse bezetter vanaf 1 november 1941 Joden verbood lid te zijn van sportverenigingen, royeerde Ajax zijn Joodse leden en verscheen bij de club ook het bordje ‘Voor Joden verboden’.

Flam en Vermeer brachten vanaf 2021 de zoektocht op gang en benaderden de bestuursraad met het voorstel de omgekomen leden te herdenken. De bestuursraad, waarvan voorzitter Ernst Boekhorst later toegaf dat de vereniging nooit systematisch aandacht had besteed aan haar oorlogsslachtoffers en destijds niet had meegewerkt aan het KNVB-namenmonument in Zeist (1949), stemde in met de plannen. Het onderzoek was lastig omdat er geen complete ledenadministratie van Ajax uit 1940–1945 bestaat; veel informatie kwam uiteindelijk via KNVB‑archieven, wedstrijdverslagen, adresgegevens en het Stadsarchief Amsterdam. Zo konden Flam en Vermeer uit enkele honderden gevonden namen 17 personen identificeren die tijdens de oorlog omkwamen.

De gevonden namen omvatten diverse achtergronden: tien Joodse leden, twee dwangarbeiders, een verzetsman en twee mannen die in kampen in Nederlands‑Indië zijn omgekomen; van twee leden bleef de oorzaak van overlijden onduidelijk. Een voorbeeld van de niet-Joodse slachtoffers is Gerrit Nieuwkamp (1917), een ex‑AFC‑speler die zich in 1942 op papier naar Ajax liet overschrijven. Hij maakte op 6 september 1942 indruk met twee doelpunten in zijn debuut, maar werd later die maand gearresteerd wegens betrokkenheid bij verduistering van distributiebescheiden. Nieuwkamp belandde in verschillende gevangenissen en kampen en overleed op 30 januari 1943; zijn team behaalde in mei 1943 de beker, een overwinning die nu met een zwarte rand op de banier in het stadion wordt herdacht.

De plaquette ‘Ajax 40-45’ die in 2023 bij De Toekomst werd geplaatst en in 2024 officieel werd onthuld, draagt de tekst dat de omgekomen leden “voor eeuwig in herinnering” moeten blijven. Michael Davidson, de kleinzoon van Joseph Davidson, spreekt van troost en trots nu de naam van zijn grootvader zichtbaar is: “Je bent pas dood als je echt vergeten bent,” zei hij naar aanleiding van de opname van diens naam op de gedenksteen. Familie-erfstukken zoals foto’s en een ring — die nu bij de achterkleinzoon wordt gedragen — markeren de persoonlijke kant van deze geschiedenis.

Met de herdenking op De Toekomst en de activiteiten in de Arena zet Ajax een stap richting erkenning van haar leden die door oorlogshandelingen, vervolging en gevangenschap het leven verloren. Het project onderstreept hoe amateur- en sportverenigingen achteraf vaak geconfronteerd worden met ontbrekende archieven en verborgen verhalen, en hoe vrijwilligerswerk kan bijdragen aan het terugbrengen van vergeten levens in het collectieve geheugen.