Deuk in kerosinetank bij Schiphol had tot gevaarlijke situatie kunnen leiden
In dit artikel:
Bij een brandstoftank op Schiphol is een deuk ontstaan terwijl er nog kerosine in zat; de brandstof kon pas in september uit de tank worden gehaald. De luchthavenbrandweer was direct aanwezig uit voorzorg, aldus de veiligheidsregio. De tanks en de brandstoflevering op Schiphol vallen onder verantwoordelijkheid van Aircraft Fuel Supply (AFS).
De regionale Omgevingsdienst waarschuwt dat de beschadiging het begin van een keten van gebeurtenissen was die mogelijk had kunnen escaleren tot een gevaarlijke situatie, al waren er volgens de instantie nog meerdere stappen nodig voordat zich een ramp zou hebben voorgedaan. Een ingedeukte tank wordt gezien als een incident dat niet mag voorkomen. Een bericht in het AD noemde als mogelijke oorzaak een vergeten stuk schilderstape dat een ontluchtingsopening zou hebben afgesloten; als kerosine uit een afgesloten tank wegstroomt zonder dat lucht kan binnenkomen, kan er vacuüm ontstaan en de wand indeuken.
De Omgevingsdienst onderzoekt nog of die tape daadwerkelijk de oorzaak is; een einddatum voor het onderzoek is niet gegeven. Schiphol benadrukt dat de luchthavenbrandweer direct betrokken was en dat de vastgestelde protocollen en voorzorgsmaatregelen zijn nageleefd. Voor inhoudelijke vragen verwijst Schiphol naar AFS; dat bedrijf was dinsdagmorgen niet direct bereikbaar.
Extra context: brandstoftanks op luchthavens hebben ontluchtingssystemen om drukverschillen te voorkomen; blokkering daarvan kan leiden tot structurele schade of lekkage en daarmee tot brand- of milieugevaren, reden waarom dergelijke incidenten strikt worden onderzocht en veiligheidsprocedures worden getoetst.