Destructie van West-Europa door kortzichtigheid van de macht, vind ik eng
In dit artikel:
De auteur zegt niet geschokt te zijn door de verkiezingswinst van Alternative für Deutschland (AfD) in Saksen-Anhalt. Als Joodse vrouw in Nederland vreest zij de partij niet automatisch, maar ze benadrukt dat Duitse Joden daar verschillend over denken: sommigen zijn bang voor een terugkeer van nazistisch geweld, terwijl anderen, onder wie veel Joden met een achtergrond in de voormalige Sovjet-Unie, eerst willen afwachten hoe de partij zich ontwikkelt.
Volgens de auteur ligt de grootste bedreiging voor Europa niet uitsluitend bij rechts, maar bij de kortzichtigheid van de gevestigde macht, toenemend politiek geweld en de mogelijke ontwikkeling van burgeroorlogen. Zij verwijt linkse partijen en islamistische bewegingen eveneens antisemitisme, intimidatie en geweld te tolereren of te bagatelliseren. Daarbij stelt ze dat politieke en mediacommentatoren met dubbele maatstaven naar extreemrechts en extreemlinks kijken.
De Duitse binnenlandse veiligheidsdienst Bundesamt für Verfassungsschutz heeft de AfD als extreemrechts aangemerkt. De auteur bespreekt daarvoor genoemde criteria, zoals een etnische definitie van het volk, het benadrukken van ongelijkheid, het ondergeschikt maken van individuen aan een collectief en het legitimeren van geweld. Zij vindt dat sommige van die omschrijvingen ook op de linkse critical race theory kunnen worden toegepast. Daarnaast betoogt ze dat antisemitisme in Europa tegenwoordig vaker uit linkse en islamistische hoek komt, terwijl de AfD volgens haar overwegend pro-Israël is. Die stelling onderbouwt ze onder meer met verwijzingen naar pro-Palestijnse demonstraties en gewelddadige acties van radicaal-linkse groepen.
De auteur erkent wel dat er binnen de AfD reden tot zorg is. Medewerkers van de Saksen-Anhaltse partijleider Ulrich Siegmund waren lid van de inmiddels verboden neonazistische organisatie Heimattreue Deutsche Jugend. Siegmund bagatelliseerde hun verleden, en AfD-politicus Maximilian Krah deed volgens haar met een uitspraak over voormalige SS’ers eveneens te weinig afstand van het naziverleden. Tegelijk wijst zij erop dat ook gevestigde Duitse partijen en instellingen na de Tweede Wereldoorlog voormalige nazi’s en Wehrmacht- of SS-leden hebben opgenomen, zonder dat dit destijds tot dezelfde waarschuwingen over de democratie leidde.
Verder vergelijkt ze de behandeling van AfD-politici met die van linkse politici met een radicaal verleden, zoals oud-maoïst Paul Rosenmöller en voormalige activisten Wijnand Duyvendak en Farah Karimi. Volgens haar moet vooral worden gekeken naar het huidige politieke handelen: wil de AfD de democratische rechtsorde afbreken of juist binnen die orde opereren? Zij ziet het feit dat de partij kapitalistisch en parlementair opereert als een belangrijk verschil met nazisme, communisme en maoïsme.
Antisemitisme is voor de auteur uiteindelijk de belangrijkste toetssteen. Niet omdat Joden boven kritiek staan, maar omdat antisemitisme volgens haar vaak dient om eigen problemen op Joden af te schuiven. Bij de AfD zegt zij dat patroon tot nu toe niet duidelijk te herkennen. Ze sluit niet uit dat ze zich vergist en wil de partij blijven volgen. Haar conclusie is daarom geen onvoorwaardelijke steun, maar een afwijzing van paniek en van dubbele standaarden bij de beoordeling van politiek extremisme.
Vandaag Inside: Johan Derksen: 'Die man kan bij mij nooit meer wat goed doen!'