Dertig aanhoudingen bij protest tegen ICE in Minneapolis
In dit artikel:
In Minneapolis zijn afgelopen nacht bij een protest tegen de Amerikaanse immigratiedienst ICE dertig mensen opgepakt, meldde burgemeester Jacob Frey. Een politieagent raakte gewond tijdens de ongeregeldheden. De demonstraties begonnen al enkele dagen eerder nadat een ICE-agent woensdag een 37-jarige vrouw in haar auto had doodgeschoten; actievoerders eisen dat ICE uit Minnesota vertrekt.
President Trump heeft als onderdeel van zijn strenge immigratiebeleid meer dan 2.000 ICE- en andere federale agenten naar de staat gestuurd. Volgens autoriteiten verzamelden rond de duizend demonstranten aanvankelijk vreedzaam bij een hotel waarvan zij vermoedden dat daar ICE-medewerkers verbleven — een veelgebruikt doelwit voor lawaaiprotesten. De groep marcheerde later door het centrum, blokkeerde wegen en bij confrontaties gooiden sommige betogers met sneeuwballen en stenen naar de politie. Bij een ander hotel raakten ruiten beschadigd en werd gevelbeklad met graffiti. Ongeveer 200 agenten werden ingezet; de opgepakte demonstranten zijn inmiddels vrijgelaten.
Burgemeester Frey en gouverneur Tim Walz riepen de betogers op kalm te blijven en waarschuwden dat het de bedoeling van de federale inzet is om chaos te ontlokken en de aandacht af te leiden van de dood van de vrouw. De protesten in Minneapolis maken deel uit van een landelijke golf van verzet: mensenrechtenorganisaties hadden meer dan duizend acties in de VS aangekondigd en ook in andere steden gingen duizenden mensen de straat op. Als extra aanleiding wordt een incident in Portland genoemd, waar grensagenten donderdag op een voertuig schoten en twee inzittenden verwondden.