Deontologische Commissie van parlement waarschuwt voor buitenlandse druk na rel rond Freilich
In dit artikel:
Kamerlid Michael Freilich (N-VA) ligt onder vuur nadat hij vorig jaar in Washington sprak over joodse besnijdenissen in België, terwijl in Antwerpen gelijktijdig huiszoekingen rond dat dossier plaatsvonden. Bijna alle Kamerfracties vroegen daarop advies aan de Deontologische Commissie over wat parlementsleden wel of niet mogen doen in contacten met buitenlandse autoriteiten. Vandaag publiceerde die commissie haar standpunt.
De commissie waarschuwt dat het in het openbaar in twijfel trekken van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht — bijvoorbeeld door politieke inmenging of onderliggende motieven te suggereren — een zwaarwegende aangelegenheid is. Kamerleden moeten dergelijke beschuldigingen terughoudend en alleen op ernstige gronden uiten. Verder stelt het advies dat het vragen aan buitenlandse autoriteiten om druk uit te oefenen op België om wetgeving of de toepassing daarvan te veranderen, neerkomt op ongeoorloofde beïnvloeding van het wetgevingsproces zoals verankerd in de Grondwet, vooral wanneer die inmenging via druk, misleiding of illegale middelen zou gebeuren.
Freilich noemt het advies een "valstrik" van oppositiepartij Groen en benadrukt dat hij nooit formeel is gehoord en dat er geen concreet onderzoek tegen hem is gevoerd. Hij ontkent pogingen om de rechtsgang te belemmeren: zijn uitleg is dat hij in Washington informeerde of Amerikaanse experts met ervaring in besnijdenispraktijken konden meedenken over wettelijke oplossingen, en dat dat niets met het aantasten van een gerechtelijk onderzoek te maken had.
De commissie beveelt daarnaast aan dat alle buitenlandse contacten van Kamerleden transparant worden geregistreerd, bij voorkeur als onderdeel van het bestaande lobbyregister. Groen en andere oppositiepartijen steunen deze lijn en vragen om een officiële berisping van Freilich. Vooruit en Kamerlid Oskar Seuntjens wijzen erop dat zij eerder al pleitten voor een openbaar reisregister voor parlementariërs om belangenconflicten en verborgen beïnvloeding tegen te gaan.
Het advies brengt de discussie over grensoverschrijdende contacten, parlementaire transparantie en de bescherming van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht opnieuw in de schijnwerpers, en zet druk op de Kamerleiding om op basis van de aanbevelingen stappen te ondernemen.