DENK hekelt doucheplicht voor kinderen op sportclub: 'Sociaal onveilig'
In dit artikel:
In Eindhoven is een conflict uitgebroken bij PSV Handbal nadat drie meisjes van elf eind december als lid werden uitgeschreven. Ouders en belangenorganisatie Muslim Rights Watch Nederland (MRWN) stellen dat de meisjes zijn weggestuurd omdat zij, uit religieuze overwegingen, niet gezamenlijk wilden douchen na trainingen. De club ontkent dat een weigering om te douchen de reden voor het royement is en zegt dat het besluit volgde op een uitgebreid traject en verband houdt met misdragingen van ouders. De vereniging benadrukt op haar website dat douchen na inspanning wordt aangemoedigd maar spreekt tegen dat er dwang zou bestaan en roept op tot de-escalatie.
De zaak kreeg politieke aandacht: DENK-Kamerlid Ismail el Abassi stelde Kamervragen aan staatssecretaris Judith Tielen (VWS) over of verenigingen minderjarigen kunnen verplichten zich uit te kleden en samen te douchen, en hoe dat zich verhoudt tot sociale veiligheid en lichamelijke integriteit. Tielen bevestigt op de hoogte te zijn van het incident en van de betrokkenheid van MRWN, maar geeft geen oordeel over individuele verenigingsbesluiten. Ze wijst erop dat sportverenigingen in principe zelf regels mogen maken — NOC*NSF stimuleert douchen onder meer vanuit hygiënisch en herstelperspectief — maar dat daarbij zorgvuldig moet worden omgegaan met privacy, persoonlijke grenzen en de ontwikkelingsfase van kinderen. Er bestaan geen landelijke richtlijnen specifiek voor douchen van minderjarigen.
De ouders hebben een kort geding aangespannen dat gepland staat op 19 februari bij de rechtbank Oost-Brabant; zij eisen toelating van hun dochters. MRWN pleit daarnaast voor een algemeen verbod op een zogenaamde ‘doucheplicht’ binnen sportverenigingen. Ook burgemeester Jeroen Dijsselbloem bemiddelde en voerde vertrouwelijke gesprekken met beide partijen.
De zaak illustreert de spanning tussen de vrijheid van verenigingen om huishoudelijke regels te stellen en de noodzaak om rekening te houden met religieuze overtuigingen, privacy en kinderrechten. Met het aangekondigde kort geding en de politieke vragen blijft onduidelijk hoe een balans juridisch en praktisch moet worden gevonden; er lijkt ruimte voor maatwerk en overleg, maar geen eenduidige landelijke normering.