Denemarken heeft wel eens vaker een kolonie aan de VS verkocht

donderdag, 8 januari 2026 (08:23) - Joop

In dit artikel:

Donald Trump bracht onlangs het idee naar voren Groenland te kopen, maar dat zou niet uniek zijn in de betrekkingen tussen Washington en Kopenhagen. Historisch hebben de Verenigde Staten en Denemarken herhaaldelijk met elkaar gehandeld over overzeese stukken grond — soms uit strategische, soms uit financiële motieven — en Groenland speelde daarbij al vaker een rol.

Denemarken was vanaf de vroegmoderne periode actief als kolonisator: het liet handelsposten in India varen, nam deel aan de trans‑Atlantische slavenhandel en vestigde suikerplantages op de Maagdeneilanden (Virgin Islands). Die overzeese activiteiten werden deels gefinancierd en georganiseerd met Nederlandse know‑how; Nederlandse bestuurders en opzichters werkten op Deense plantages en er ontstond zelfs een mengtaal waarvan de laatste spreker in 1987 overleed.

Vanaf het begin van de achttiende eeuw begon Kopenhagen met het formeel vestigen van gezag op Groenland, bijvoorbeeld met de stichting van Gothaab (het huidige Nuuk). Het Deense koloniale bestuur was autoritair, en rond 1900 bleken veel overzeese bezittingen financieel verlieslatend. Forten aan de Ghanese kust en op de Nicobaren waren al verkocht; ook de Maagdeneilanden werden in 1917 voor 25 miljoen dollar aan de VS verkocht — mede onder invloed van de lokale activist David Hamilton Jackson, die meende dat zijn eiland meer baat had bij Amerikaans bestuur dan bij het verre, paternalistische Denemarken. In dat koopcontract erkenden de Verenigde Staten expliciet Deense rechten op heel Groenland.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog veranderde de situatie opnieuw. Toen nazi‑Duitsland in april 1940 Denemarken bezette, trad de Deense ambassadeur in Washington, Henrik Kauffmann, in het verzet tegen de regering in Kopenhagen en sloot met president Roosevelt overeenkomsten om Amerikaanse bescherming over Groenland te organiseren. De Amerikanen verwijderden Duitse weerstations en vestigden later onder meer de grote basis bij Thule. Na de oorlog werd Kauffmanns veroordeling ongedaan gemaakt; tegelijkertijd wees hij een Amerikaans bod van 100 miljoen dollar op Groenland af. De Amerikaanse militaire aanwezigheid en interesse in het eiland bleven echter bestaan.

Sinds 1953 heeft Groenland geleidelijk meer autonomie gekregen en zetelt het in het Deense parlement; het streeft nu naar volledige onafhankelijkheid. Een Amerikaanse aankoop of overname, zoals Trump suggereert, zou dat proces ernstig frustreren en een bedreiging vormen voor de Groenlandse taal en cultuur — zeker gezien de historische context waarin stukken land als ruilmiddel werden gezien. De auteur van het artikel noemt het daarom verontrustend en wijst op een historische Deense ereschuld; tevens pleit hij ervoor dat andere Europese landen Denemarken steunen in het afweren van Amerikaanse druk.

Kortom: Groenland is door de eeuwen heen meerdere malen onderwerp geweest van handel, strategische bemoeienis en protectoraatspolitiek tussen Denemarken en de VS. De recente Amerikaanse belangstelling past in die lange traditie, maar botst met de huidige Groenlandse ambitie tot zelfbeschikking en met bredere vragen over postkoloniale verantwoordelijkheid.