Den Haag lult over 'veerkrachtige economie', maar de melkkoe aan de pomp mag bloeden
In dit artikel:
Motorbrandstoffen waren in juli 22 procent duurder dan een jaar eerder, na een stijging van 17,3 procent in juni. Dat is veel meer dan de algemene inflatie, die uitkwam op 3,2 procent. Volgens het opiniestuk raakt deze ontwikkeling vooral mensen die voor hun werk, zorg of dagelijkse leven afhankelijk zijn van de auto, zoals verpleegkundigen, vakmensen, mantelzorgers, gezinnen en mkb’ers.
De auteur stelt dat veel Nederlanders weinig reële alternatieven hebben, omdat dorpsbussen verdwijnen, treinen ’s nachts niet rijden en bedrijventerreinen vaak slecht bereikbaar zijn met het openbaar vervoer. Daardoor zou autorijden steeds meer een noodzaak worden die voor lagere en middeninkomens moeilijk betaalbaar blijft. Ook bedrijven krijgen hogere kosten, omdat transporteurs, boeren en bezorgdiensten hun duurdere brandstof doorberekenen in de prijzen van goederen en diensten.
Het artikel legt de verantwoordelijkheid vooral bij de overheid. Automobilisten betalen volgens de auteur niet alleen accijns, maar ook 21 procent btw over de brandstofprijs inclusief accijns. De schrijver bekritiseert daarnaast tijdelijke compensaties en subsidies voor elektrische auto’s, terwijl een structurele verlaging van de brandstofheffingen volgens het kabinet budgettair moeilijk zou zijn. Het opiniestuk pleit voor het fors verlagen van accijnzen, het schrappen van beleid dat energie duurder maakt en meer keuzevrijheid in mobiliteit.
Vandaag Inside: Wilders confronteert Jetten: 'Wat ik vanmorgen zag gebeuren, heb ik in 27 jaar nog nooit meegemaakt'