Den Haag heeft bij schadeafhandeling Geelbroek niets geleerd van Groningen | DVHN commentaar
In dit artikel:
De burgemeesters van Aa en Hunze, Assen en Midden-Drenthe zijn teleurgesteld in het schadeplan dat staatssecretaris Jo-Annes de Bat heeft voorgesteld na de aardbeving bij Geelbroek in maart (kracht 3,0). Zij wilden een humane, snelle en eenvoudige afhandeling voor de inmiddels ongeveer 5.600 schademelders; voormalig demissionair minister Sophie Hermans had in december ook al een soepelere regeling beloofd.
De Bat verdeelt het gebied rond het epicentrum in ringen: de twee binnenste zones komen in een versnelde regeling met een nog onbekende vaste maximumvergoeding, verder weg gelden minder gunstige regels omdat de kans op schade volgens hem „minder dan 1 procent” is. Probleem is dat juist in de buitenste zones — delen van Assen en Hooghalen — de meeste meldingen binnenkwamen.
De burgemeesters vrezen dat het nieuwe zoneringssysteem ingewikkelde, ongerechtvaardigde verschillen creëert tussen inwoners die net binnen of buiten een ring vallen. Die ongelijkheid bestaat al deels: bewoners in het noord- en westen van Assen kunnen al aanspraak maken op een vaste vergoeding van 10.000 euro van het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG), voor de rest van de stad geldt die regeling niet.
Bestuurders noemen de Haagse aanpak een teleurstelling en waarschuwen dat Drenthe niet hetzelfde langdurige, onduidelijke traject moet krijgen als veel slachtoffers in Groningen.