Demonstratie­recht inperken - zoals de VVD wil - is niet gerecht­vaardigd en onnodig

donderdag, 11 december 2025 (13:37) - Follow the Money

In dit artikel:

Het WODC-onderzoek "Het recht om te demonstreren in de democratische rechtsstaat" is vandaag met instemming naar de Tweede Kamer gestuurd en concludeert dat ingrijpende wetswijzigingen om het demonstratierecht te beperken niet nodig zijn. De studie, uitgevoerd door onderzoekers van meerdere universiteiten in opdracht van het kabinet, analyseert onder meer praktijkervaringen van burgemeesters, officieren van justitie, politie en wetenschappers en gebruikt bestaande data over demonstraties in Nederland.

Achtergrond: het demissionaire kabinet, aangestuurd door VVD-politici en met name voormalig minister van Justitie David van Weel (nu minister van Buitenlandse Zaken), zette een initiatief in om het demonstratierecht te versmallen nadat acties van klimaatactivisten (zoals Extinction Rebellion) politieke irritatie veroorzaakten. Argumenten voor aanscherping waren dat demonstranten vaker de wet overtreden, dat er meer geweld zou zijn en dat demonstraties steeds meer politiecapaciteit vereisen. Vorig onderzoek van Follow the Money en het WODC-rapport weerleggen deze stellingnames.

Belangrijkste bevindingen:
- Er is geen structurele toename van incidenten bij demonstraties; volgens een rapport van de Inspectie Justitie en Veiligheid uit mei 2025 verliep 97% van de demonstraties in de periode 2015–2022 zonder incidenten.
- Veel betrokken bestuurlijke en juridische actoren zien geen behoefte aan wetswijzigingen; bestaande wetgeving biedt volgens de onderzoekers voldoende instrumenten om in te grijpen waar nodig.
- Wettelijke uitbreiding van beperkingen zou weinig effectief kunnen zijn en zelfs averechts werken: voorbeelden uit Engeland en Frankrijk tonen dat repressie een rem kan zetten op vreedzame uitoefening van het recht en kan leiden tot verharding.
- Wel is één aanpassing wenselijk: de Wet openbare manifestaties bevat nu een bepaling waarmee een burgemeester alleen kan verbieden of beëindigen op grond van het niet-aanmelden of het niet-naleven van opgelegde voorschriften. Dat criterium sluit volgens het onderzoek niet goed aan bij internationale mensenrechtenverdragen en verdient daarom aanpassing.

Rechtskundigen wijzen bovendien op het bestuurlijke en strafrechtelijke instrumentarium dat al bestaat: veel vormen van verstoring (bijvoorbeeld wegblokkades) zijn al strafbaar en kunnen worden vervolgd. De VVD pleit desalniettemin in haar programma voor strafbaarstelling van het blokkeren van vitale infrastructuur en voor scherpere onderscheidingen tussen vreedzame demonstraties en ordeverstorende acties; kritische experts vinden dat praktisch en juridisch problematisch.

Kort gezegd adviseert het rapport om de nadruk te leggen op betere uitvoering en handhaving binnen de bestaande kaders en slechts één gerichte wetsaanpassing om nationale regelgeving meer in lijn te brengen met internationale mensenrechtenverplichtingen.