Democratie vraagt van ons allemaal ouderwetse redelijkheid
In dit artikel:
Jürgen Habermas overleed kort voor de Nederlandse verkiezingen. De Duitse filosoof (geboren 1929) bouwde zijn denkwereld op vanuit het besef van de naziverledenheid en verdedigde decennialang het ideaal van democratie als resultaat van een ‘machtsvrije’ dialoog en de zogenoemde ‘dwangloze dwang’ van het betere argument.
In de jaren negentig leek dat vertrouwen in een neutraal, zuiver rationeel gesprek aangevallen door denkers als Foucault en Derrida: zogenaamd objectieve gesprekken verhullen vaak bestaande machtsverhoudingen en dwingen minderheidsgroepen het vocabulaire van het dominante discours over te nemen. Die kritiek blijft waardevol als correctief voor te veel vertrouwen in het heersende discours.
Toch maakt de huidige politieke praktijk Habermas opnieuw actueel, stelt het artikel. Lokale besluitvorming over zaken als de komst van een asielzoekerscentrum of de locatie van windmolens vereist dat tegenstanders elkaars argumenten serieus kunnen wegen, ongeacht afkomst of identiteit. Het intiemere probleem is dat raadsleden en bestuurders soms geïntimideerd worden wanneer ze besluiten verdedigen, en dat politici als loutere spreekbuizen van ‘links’ of ‘rechts’, ‘elite’ of ‘volk’ worden afgeschilderd. Dat ondermijnt compromisvorming en maakt democratische uitkomsten moeilijker te accepteren.
De oproep is helder: kiezers en politici moeten weer leren dat compromissen geen schande zijn en dat democratie vraagt om redelijkheid en bereidheid tot gezamenlijk delibereren.