Demi Vollering troeft Mathieu van de Poel af in geldklassement van voorjaar, maar Tadej Pogacar blijft absolute grootverdiener

dinsdag, 28 april 2026 (13:54) - De Telegraaf

In dit artikel:

Het voorjaarsklassiekerseizoen 2026 is afgesloten met Luik-Bastenaken-Luik en levert interessante cijfers op wat betreft het prijzengeld: naast salarissen krijgen renners bij top-20-noteringen extra uitkeringen, maar die bedragen worden doorgaans door de kopman verdeeld onder ploegmaten en staf. De grote winnaar bij de mannen is Tadej Pogačar; bij de vrouwen gaat de hoofdprijs naar Demi Vollering.

Pogačar stond centraal dit voorjaar: overwinningen in Strade Bianche (€16.000), Milaan-Sanremo (€20.000), de Ronde van Vlaanderen (€20.000) en Luik-Bastenaken-Luik (€20.000) leverden hem ongeveer €77.000 op, aangevuld met een tweede plaats in Parijs‑Roubaix die alleen al €22.000 bracht. Totaal komt hij daarmee op circa €98.000 aan klassieker-prijzengeld, het hoogste bedrag onder alle renners dit voorjaar.

Mathieu van der Poel staat tweede in de verdienlijst bij de mannen. Zijn vroege zege in de Omloop en winst in de E3 Saxo Classic brachten elk €16.000 op; met bijkomende ereplaatsen in Sanremo, Vlaanderen en Roubaix komt zijn totaal op ongeveer €50.500. Wout van Aert profiteerde vooral van zijn triomf in Parijs‑Roubaix — die overwinning leverde €30.000 op, het grootste bedrag voor één wedstrijd dit seizoen — en eindigde rond de €45.900. Remco Evenepoel, die in drie klassiekers startte, verdiende ongeveer €26.000, grotendeels dankzij zijn zege in de Amstel Gold Race (€16.000) en twee podiumplaatsen.

Bij de vrouwen is de kloof met de mannen in sommige wedstrijden kleiner geworden dankzij maatregelen van organisatoren zoals Flanders Classics, die sinds 2023 bij hun races gelijke bedragen uitkeert aan mannen en vrouwen. Dat leidde ertoe dat Demi Vollering, met zeges in Omloop, Ronde van Vlaanderen, Waalse Pijl en Luik, ruim €72.418 aan prijzengeld binnensleepte — genoeg om als enige vrouw dit voorjaar hoger te scoren dan vrijwel alle mannelijke concurrenten, op Pogačar na.

Tegelijk blijft er internationaal nog flinke ongelijkheid bestaan in beloningen: terwijl Pogacar in Milaan-Sanremo €20.000 incasseerde, kreeg winnares Lotte Kopecky in een vergelijkbare vrouwenwedstrijd slechts een fractie daarvan (€2.256), al leverde een zege in Nokere Koerse haar later meer op. Kopecky kwam in totaal op ongeveer €15.671.

Kortom: de klassiekers brachten spectaculaire sportieve resultaten én duidelijke financiële verschillen aan het licht — tussen renners onderling, tussen winnaars per wedstrijd en tussen mannen- en vrouwenkoersen, ondanks recente stappen richting gelijkheid bij sommige organisatoren.