Defensiegeld moet naar Brabant, Twente en Zeeland, niet naar buitenlandse fabrieken
In dit artikel:
De Russische dreiging blijft bestaan, de VS richt zich op Azië en Europa moet het grotendeels zelf zien te rooien. Nederland staat op een kantelpunt: de defensiebegroting groeit naar 2,8% van het bbp en moet oplopen naar 3,5% in 2035. Het financiële probleem is daarmee opgelost; de discussie gaat nu over waar het geld naartoe gaat — naar buitenlandse fabrieken of naar banen in Brabant, Twente, Zeeland en andere Nederlandse regio’s.
Huidig inkoopbeleid van Defensie laat te veel vrijheid: een bandbreedte van 40–60% 'Nederlands of Europees' is volgens critici te vaag en te beperkt. Er wordt nu veel geïmporteerd — glas uit China, sensoren uit Duitsland, vezels uit Israël — terwijl in Limburg geproduceerde Dyneema nauwelijks voor eigen personeel wordt ingezet. Het pleidooi is voor een harde norm: minimaal de helft van alle aankopen, onderdelen en grondstoffen moet Nederland afkomstig zijn, om werkgelegenheid, weerbaarheid en ketenzekerheid te versterken.