Defensief sterke Seahawks winnen Super Bowl
In dit artikel:
De Seattle Seahawks hebben de zestigste Super Bowl gewonnen: coach Mike Macdonald leidde zijn team in Levi’s Stadium (Santa Clara) naar een 29-13 zege op de New England Patriots. Voor Seattle is dit de tweede NFL-titel; de ploeg verloor eerder een Super Bowl in 2006, pakte twaalf jaar geleden zijn eerste kampioenschap en verloor kort daarna opnieuw van de Patriots in een zwaarbevochten confrontatie.
Geen van beide teams werd vooraf als favoriet gezien. New England miste de voorgaande drie play-offs, kwam dit seizoen met tweedejaars- quarterback Drake Maye en kende een moeizame start (twee thuisnederlagen), maar herpakte zich: van de laatste zeventien wedstrijden werden er zestien gewonnen. Seattle kwam ook teleurstellend uit de startblokken (geen play-offs de voorgaande twee seizoenen en een openingsnederlaag), maar bouwde het seizoen vooral met een ijzersterke verdediging uit; quarterback Sam Darnold groeide vooral in de play-offs naar topvorm.
De finale werd door Seattle’s defensie gedomineerd. Maye worstelde in de eerste drie kwartalen met de druk en werd meerdere malen gesackt, waardoor New England aanvallend nauwelijks grip kreeg. Jason Myers zette Seattle met drie succesvolle fieldgoals op voorsprong (9-0 bij rust) en later nog een fieldgoal, waarna Seattle pas in het vierde kwart echt losbrak: een touchdown van AJ Barner en later van Nick Emmanwori bepaalden de marge. New England antwoordde met een touchdown van Mack Hollins en een late score van Rhamondre Stevenson, maar dat was niet genoeg.
Opvallend was dat New England als eerste team in 52 jaar in de Super Bowl niet scoorde in de eerste drie kwartalen. De halftime-show van Bad Bunny, met verrassende gastoptredens van Lady Gaga en Ricky Martin, vormde het muzikale hoogtepunt tussen het defensieve geweld op het veld.