Defensie wil binnen twee jaar af van omstreden Palantir-software

woensdag, 3 juni 2026 (15:57) - NieuwRechts.nl

In dit artikel:

Defensie streeft ernaar binnen twee jaar te stoppen met de software van het Amerikaanse bedrijf Palantir om afhankelijkheid terug te dringen en een Europees alternatief mogelijk te maken. Staatssecretaris Derk Boswijk zei dit dinsdag tijdens het vragenuur in de Tweede Kamer, naar aanleiding van berichtgeving dat Palantir tijdens militaire operaties mogelijk toegang heeft tot gevoelige informatie. Boswijk benadrukte dat toegang volgens hem alleen in uitzonderlijke gevallen plaatsvindt, dat medewerkers van Palantir niet zelfstandig werken maar onder strikt toezicht staan en dat zij met kunstmatige of verouderde data zouden werken. Hij gaf vorige maand opdracht om naar alternatieven te zoeken en waarschuwde dat direct stoppen vanwege “beperkte veiligheidsrisico’s” niet haalbaar is; wel wil hij het gebruik stap voor stap en “verantwoord” afbouwen. “We maken echt snelheid,” zei hij.

De aankondiging riep kritiek op in de Kamer. D66-Kamerlid Michelle Jagtenberg waarschuwde dat buitenlandse toegang tot geheime gegevens een direct risico voor de nationale veiligheid vormt. De zaak sluit aan bij bredere zorgen over afhankelijkheid van buitenlandse techbedrijven: Palantir levert systemen die grote hoeveelheden data koppelen en analyseren en worden gebruikt door politie, veiligheidsdiensten, krijgsmachten en de NAVO. Voorstanders wijzen op operationele voordelen (patroonherkenning, risicoprofielen, ondersteuning bij operaties); tegenstanders vrezen massasurveillance, politieke sturing en schendingen van grondrechten.

Ook de politie kwam in het vizier: al jaren gebruikt de politie Palantir binnen een besloten analyseomgeving, de zogenaamde ‘Raffinaderij’. Een langdurige Woo-procedure (openbaarheid van documenten) leidde tot een zaak bij de Rechtbank Amsterdam. Die oordeelde kritisch over de geheimhouding rond honderden documenten — uiteindelijk 931 stukken — waarvan veel passages zwartgelakt waren. De rechtbank vond dat de politie te algemeen had gemotiveerd waarom stukken geheim moesten blijven en bekritiseerde traagheid en onduidelijke motiveringen. Korpschef Inge Godthelp-Teunissen verdedigde de terughoudendheid met het argument dat openbaring de lopende samenwerking met Palantir en de positie van de politie in een klein, gespecialiseerd marktsegment zou schaden.

De kwestie maakt deel uit van een groter politiek debat over technologische soevereiniteit: hoe de afhankelijkheid van niet-Europese leveranciers voor cruciale veiligheidssoftware te beperken, zonder dat operationele capaciteit en veiligheid in het geding komen. De komende twee jaar moeten uitwijzen of een Europees alternatief realistisch en betrouwbaar genoeg is om Palantir te vervangen.