Defensie kan kerntaken niet meer uitvoeren wegens Oekraïne-steun
In dit artikel:
Afgelopen najaar konden Nederlandse luchthavens 'vliegende objecten' niet altijd door radars laten detecteren omdat een deel van de beschikbare dronedetectieapparatuur naar Oekraïne is gestuurd. Dat leidde tot scherpe vragen in de Tweede Kamer van PVV-Kamerlid Vicky Maeijer, die van staatssecretaris van Defensie Gijs Tuinman wil weten hoeveel Robin Radars precies zijn geleverd, of nieuwe bestellingen volledig voor Nederland bestemd zijn en of het tekort levens kan kosten.
De aanleiding waren waarnemingen in november boven onder meer Eindhoven Airport en vliegbasis Volkel; militairen en omstanders zagen objecten die het vliegverkeer verstoorden, maar radars meldden niets. Defensie onderzoekt nog of het om Russische drones ging; dat onderzoek ligt bij het Openbaar Ministerie en de veiligheidsdiensten. In Europa bleken veel meldingen uiteindelijk geen drones maar politiehelikopters, ballonnen of sterren; harde aanwijzingen voor Russische drones zijn tot nu toe aangetroffen in Polen, Roemenië en Moldavië.
De ontbrekende dekking kwam doordat Nederland eerdere Robin Radars — systemen die oorspronkelijk voor vogelwaarneming bij vliegvelden zijn ontwikkeld maar ook kleine drones kunnen detecteren — naar Oekraïne heeft gestuurd. Staatssecretaris Tuinman verklaarde dat dit een bewuste keuze was omdat de apparatuur daar “direct mensenlevens” redt. Nederland heeft honderd van deze systemen besteld, maar die zijn pas rond 2028 volledig operationeel. Tuinman erkent dat eerder bestellen wenselijk geweest was en wijst op jaren van bezuinigingen die nu versneld moeten worden gecompenseerd.
Het incident belicht het spanningsveld tussen materiële steun aan Oekraïne en eigen nationale bescherming. Maeijer eist duidelijkheid over de bestemming van nieuwe radars en over hoe Defensie vliegvelden en vitale infrastructuur nu beveiligd houdt totdat de nieuwe systemen inzetbaar zijn. Defensie heeft na de incidenten wel versneld nieuwe apparatuur aangeschaft.