Defensie geeft versneld 50 miljoen euro uit, ondanks negatief advies: Pano maakt de rekening van het Belgische antidroneplan
In dit artikel:
In oktober 2025 waarschuwde de Inspectie van Financiën al dat het Belgische ministerie van Defensie plannen had om zonder openbare aanbesteding en zonder grondige prijscontrole 50 miljoen euro uit te trekken voor een antidroneprogramma. De onderzoeksuitzending Pano concludeert dat die zorgen terecht waren en stelt kritische vragen over waar dat geld naartoe ging, of de juiste technologische keuzes zijn gemaakt en of er een correcte prijs is betaald.
Wat gebeurde er en wie tekende de orders?
Minister Theo Francken (N-VA) lanceerde eind 2025 een antidrone-offensief nadat hij meldde dat er drones waren waargenomen boven militaire kazernes; onderzoeken naar de herkomst van die toestellen lopen nog. Defensie gebruikte de spoedprocedure van de regering om aanbestedingen te omzeilen, iets waarop de Financiële Inspectie expliciet negatief adviseerde omdat het de kans op wettelijke schendingen en te hoge prijzen vergroot.
Waar ging het geld naartoe?
Groot deel van de 50 miljoen gaat naar twee Vlaamse bedrijven. Senhive (Hasselt) leverde 84 RF-detectieantennes (SENIDPRO) voor een opdracht van 10,4 miljoen euro (excl. btw) inclusief plaatsing en service — ruwweg 84.000 euro per unit zonder bijkomende kosten. Senhive stelt dat het niet om een standaard SENID+ ging, maar om een performantere SENIDPRO met bredere bandbreedte, geavanceerde spectrumanalyse en multilateratie‑mogelijkheden, wat volgens het bedrijf een andere prijsklasse verklaart.
Daarnaast kocht Defensie via Cobbs (Bonheiden) 300 Letse kamikazedrones (Blaze Drone Hunters) voor 7,8 miljoen euro (excl. btw). Pano liet prijsinschattingen maken door defensie-experts en producentverklaringen, waaruit zou volgen dat zo’n toestellen veel goedkoper zijn (ongeveer 6.000 euro per stuk), wat de totale kost voor 300 stuks rond 1,8 miljoen euro zou brengen — fors lager dan de aan Cobbs gefactureerde som. Cobbs verwijst voor procedurele en contractuele vragen terug naar Defensie en beroept zich op vertrouwelijkheid.
Technologische en operationele bedenkingen
Er bestaan fundamentele vragen bij het inzetten van vooral RF-detectie. RF-antennes vangen drones die via radiocontrole worden aangestuurd; dat zou in België 90–95% van de toestellen betreffen volgens Senhive. Maar moderne bedreigingen gebruiken ook GPS, satellietverbindingen, 5G of zelfs glasvezelverbindingen (zoals in sommige conflictzones), die veel lastiger te detecteren of te verstoren zijn. Senhive en experts benadrukken dat RF-detectie een nuttige eerste laag kan zijn maar geen allesomvattende oplossing.
Transparantie en prijsvoering
De zaak toont problemen rond transparantie en prijsvergelijkbaarheid: orders via spoedprocedures beperkten markttoetreding en controle. Beide leveranciers kozen voor beperkte medewerking aan de reportage en verwezen naar Defensie voor details. De Financiële Inspectie had al expliciet gewaarschuwd dat de gekozen aanpak juridische risico’s en de kans op te hoge kosten inhoudt.
Breder politiek en budgettair kader
De besproken bedragen zijn relatief klein naast de geplande defensie-uitgaven: in maart 2026 werd een nieuw antidronedossier van een half miljard euro aangekondigd en België voorziet in totaal meer dan 34 miljard euro aan defensie-uitgaven over tien jaar. Experts in Pano waarschuwen dat juist in tijden van sterk hogere budgetten waakzaamheid nodig is om overhaaste of inefficiënte aankopen te voorkomen.
Conclusie
Pano legt bloot dat het antidroneplan van Defensie, ondanks de urgentie, vragen oproept over procedurele correctheid, technologische doeltreffendheid en kostenrealisme. Zonder open aanbesteding, heldere technische verantwoording en publieke inzage in contractvoorwaarden blijft onduidelijk of de overheid de beste waarde voor belastinggeld heeft gekregen.