Defensie-expert Ko Colijn over Oekraïense aanvallen op Russische olie-industrie
In dit artikel:
Defensie-expert Ko Colijn, die al vijftig jaar gewapende conflicten duidt, legt uit waarom Oekraïne de laatste maanden nadrukkelijk heeft ingezet op aanvallen tegen de Russische olie-infrastructuur en welke gevolgen dat heeft voor het verloop van de oorlog.
Vier motieven drijven Kyiv. Ten eerste wil Oekraïne aantonen dat het diep in Russisch gebied kan toeslaan als vergelding voor de dagelijkse Russische raket- en droneaanvallen op Oekraïense installaties. Ten tweede ziet Kyiv de actie als onderhandelingsmiddel: door schade toe te brengen aan exportcapaciteit kan het Moskou onder druk zetten om in de winter aanvallen op energievoorzieningen te staken. Ten derde heeft Kyiv ook een politiek doel: het wil de wind uit de zeilen van president Poetin halen, die profiteert van hogere olieprijzen sinds de oorlog in het Midden-Oosten. Ten slotte heeft schade aan olie-infrastructuur wereldwijd prijsimplicaties; hogere prijzen verzwakken de westerse steun, wat sommige bondgenoten tot oproepen tot terughoudendheid heeft gebracht. Oekraïne beweert in staat te zijn tot uitschakeling van tot 40 procent van de Russische olie-exportcapaciteit; onafhankelijke inschattingen noemen eerder rond de 20 procent realistisch.
Concreet staan raffinaderijen rond Primorsk (Fins Golfgebied) in brand en werden olietankers bij de haven Novorossiysk geraakt — een belangrijke uitwijkhaven voor de Russische marine sinds Sevastopol op de Krim minder veilig is. Herstel van die installaties vergt enorme sommen roebels en tijd.
Colijn schetst dat de campagne tegen olievestigingen onderdeel is van een bredere machtsstrijd. Enerzijds geven hogere olie-inkomsten Moskou ademruimte; anderzijds neemt intern de druk op het Kremlin toe. Poetin’s populariteit lijkt te dalen en de overheid reageert met mediacensuur (zoals eerdere blokkades van YouTube en dreigingen richting Telegram), terwijl tegenstemmen en kritische militaire bloggers het steeds moeilijker krijgen.
Op militair vlak tonen zich duidelijke trends: Russische luchtverdediging vertoont scheuren en slaagt er steeds minder in alle Oekraïense aanvallen te stoppen, terwijl Oekraïne rapporteert dat zijn eigen luchtverdediging effectiever is geworden (maart: circa 90 procent onderschept; eind vorig jaar ongeveer 80 procent). Tegelijk worstelt Rusland met werving: premies stijgen fors maar de aanwas kan de verliezen aan het front niet compenseren. Er wordt melding gemaakt van tienduizenden Russische slachtoffers per maand; volgens Zelensky zou dat aantal verder kunnen oplopen. Bedrijven krijgen instructies om 'geschikte' werknemers voor het front aan te wijzen; een groot deel van nieuw ingekomen grondpersoneel zou een criminele achtergrond hebben.
Ook de Oekraïense tegenoffensieven nemen volgens Colijn een strategischer karakter aan. Rusland boekt steeds minder terreinwinst (een daling van gemiddeld bijna 15 naar circa 5,5 km² per dag over een jaar) en de kosten in manschappen per gewonnen vierkante kilometer zijn sterk gestegen. Russische massale pogingen om door te breken—zoals een lente-aanval half maart met honderden gelijktijdige aanvallen en honderden pantserwagens—liepen stuk door effectieve Oekraïense inzet van drones en verkenningssoftware. Het front is verbrokkeld geraakt; in plaats van één lange frontlijn is er nu een wijdgebied met “killzones” waar technologie en precisie het verschil maken. Conclusie van Colijn: Rusland kan dit landgevecht niet winnen en het voorjaarsoffensief is in de praktijk op niets uitgelopen.