Deel koloniale collectie van koningshuis mogelijk onrechtmatig verkregen
In dit artikel:
Een onafhankelijke commissie onder leiding van prof. dr. Ekkart concludeert dat een deel van de koloniale objecten in de Koninklijke Verzamelingen mogelijk met geweld is verkregen en daarna als “cadeau” aan het koningshuis is gegeven. De commissie, in 2022 aangesteld door de Stichting Historische Verzamelingen van het Huis Oranje‑Nassau (SHVON) — waarvan koningin Máxima voorzitter is — onderzocht ruim duizend voorwerpen uit onder meer Nederlands‑Indië, Suriname en het Caribisch deel van het Koninkrijk.
De meeste objecten zijn officieel geschonken, maar vaak binnen een context van ongelijkwaardige koloniale machtsverhoudingen. Voor sommige stukken is er echter overtuigend bewijs dat ze buitgemaakt zijn. Concrete voorbeelden: een donderbus (handvuurwapen) die toebehoorde aan Raden Intan, vorst van Keratuan Darah Putih, werd na zijn dood door Nederlandse militairen in 1856 aan koning Willem III gegeven; een rond schild uit Atjeh lijkt in 1877 te zijn buitgemaakt; en bij de geboorte van prinses Juliana in 1909 kreeg koningin Wilhelmina van Atjehse districthoofden een gouden amuletketting die kort na gevechten moest zijn verworven.
De SHVON volgt het advies van de commissie op om de onderzoeksuitkomsten digitaal beschikbaar te maken en in overleg te treden met landen van herkomst over objecten waarvoor “ernstige vragen” bestaan. Koningin Máxima en het stichtingsbestuur omarmen de bevindingen en aanbevelingen; het rapport moet bijdragen aan herstel van historisch onrecht. De commissie benadrukt tegelijk het belang van kennisverwerving en transparantie over de herkomst en geschiedenis van de collectie.