Deborah Kalkoene: 'Alles is veranderd na 7 oktober. Je kijkt om je heen, doet voorzichtig, houdt je mond'

zaterdag, 2 mei 2026 (03:31) - Het Parool

In dit artikel:

Deborah Kalkoene, opgegroeid in Buitenveldert, zal op 4 mei in het Gijsbrecht van Aemstelpark spreken tijdens de lokale herdenking over de geschiedenis van haar Joodse familie en de manier waarop zij na de oorlog hun leven herbouwden. Haar verhaal komt voort uit persoonlijke zoektocht en herinnering: haar grootouders werden in maart 1943 opgepakt in Amsterdam, zaten in kamp Vught en werden later via buitenkampen als Moerdijk en uiteindelijk Auschwitz gedeporteerd. Beiden overleefden onder meer doordat haar grootmoeder werd geselecteerd voor het Philips‑Kommando en haar grootvader als jonge, werkzame man niet direct naar de gaskamer werd gestuurd; beiden zagen na de bevrijding verschrikkingen zoals de dodenmarsen en het massale verlies van familie.

Kalkoene beschrijft Buitenveldert als een geconcentreerde Joodse leefwereld — met sjoel, scholen en een sterk netwerk — een omgeving die voor haar als kind een veilige haven was. Ze ging naar de Joodse basisschool Rosj Pina en later naar de meer gemengde Merkelbach, waar de ontmoeting met kinderen van andere achtergronden voor haar een openbaring was. Haar ouders en grootouders spraken nauwelijks over wat ze hadden meegemaakt; de grootouders droegen wel kampnummers maar hielden hun verleden stil. Na het overlijden van hen beiden begon Deborah, mede aangespoord door collega’s en onderzoekers, zelf archiefwerk te doen om de familiegeschiedenis te reconstrueren.

Het trauma van vroeger is verweven met tegenwoordige pijn: Kalkoene noemt het schrijnend dat Amsterdamse ambtenaren betrokken waren bij de deportaties van haar familie, en dat die samenwerking een blijvende schaduw werpt op haar relatie met de stad. Na de oorlog vonden haar grootouders elkaar in de Ysbreeker en bouwden ze, zonder veel steun van officiële instanties — ze kregen geen woning van de gemeente — toch een gezin en later verdere generaties op. Die veerkracht en het voortzetten van het leven vormen een centraal thema in wat Deborah op 4 mei wil overbrengen: hoe mensen na extremer trauma toch opnieuw toekomst kunnen opbouwen.

Haar inzet om de verhalen levend te houden ging eerder al verder dan de buurt: op 27 januari, Holocaust Remembrance Day, sprak ze in de Tweede Kamer nadat ze haar familiegeschiedenis kort aan toenmalig premier Mark Rutte had verteld tijdens een herdenking. Die toespraak raakte Kamerleden zichtbaar. Deborah bezoekt ook de voormalige kampen in Nederland — Westerbork, Vught, Moerdijk — en ervaart daar een verbondenheid met haar overledenen.

De recente polarisatie na 7 oktober heeft haar blik op de stad opnieuw veranderd. Ze vermijdt het drukke centrum, ervaart verdeeldheid binnen kringen van vrienden en familie over Israël en Gaza en merkt dat sociale relaties soms afbreken door tegengestelde standpunten. Tegelijk blijft Buitenveldert en het aangrenzende Amstelveen voor haar een plek van gemeenschap en gedeelde zorg: bij onrust zoeken mensen daar elkaar op en delen ze angst en steun.

Bij de herdenking wil Kalkoene vooral de menselijke kant presenteren: het verhaal van twee overlevenden die getuigen waren van afschuw, maar ondanks het ontbreken van structurele hulp na de oorlog toch een liefdevol gezin stichtten — en waarom het noodzakelijk is dat die verhalen blijven klinken.