De Zuid-Chinese Zee, en het monster niet bij naam willen of mogen noemen
In dit artikel:
Ruben Terlou reisde in de laatste aflevering van Ruben langs de Zuid-Chinese Zee naar het zuidwesten van Japan: Okinawa en het nabij China gelegen eiland Ishigaki. De reportage toont hoe eilandbewoners, vissers en zelfs militairen vaak doen of het groeiende Chinese machtstreven geen acute bedreiging vormt — of het niet bij naam durven te noemen — wat soms komische, bijna verbeten scènes oplevert. Tegelijkertijd contrasteert die nonchalance met actieve verzetspunten: bij de haven geleid de 88‑jarige Setsuko een protest tegen Japanse en Amerikaanse oorlogsschepen en noemt haar actie een “gebed voor vrede”, omdat zij vreest dat meer militaire aanwezigheid juist tot doelwitten maakt.
Terlou volgt haar ook de jungle in, naar plekken waar eilandbewoners zich in 1945 moesten verstoppen en tienduizenden, veelal niet‑Japanse eilandbewoners, aan ziekte en ontbering stierven — trauma’s die door oudere generaties worden doorgegeven en jongere eilanders niet volledig lijken te begrijpen. Die persoonlijke verhalen maken van geopolitieke grootheden als de Zuid-Chinese Zee menselijke drama’s: kleine, indringende scènes vertellen meer dan kaarten of analyses.
De aflevering valt op door zorgvuldig camerawerk (Pim Hawinkels), sterke research en een productieteam dat ruimte laat voor toeval en empathie. Tegelijk waarschuwt de schrijver dat zulke diepgravende, antropologische televisie kwetsbaar is bij bezuinigingen op de publieke omroep, juist nu de regio vol brandhaarden zit (Scarborough Shoal, Pagasa, Sulu, Paracel‑eilanden) en aandacht nodig heeft.