De zedenzaak Ali B: kunnen we een vrouw geloven zonder dat zij eerst moet bewijzen dat ze 'juist' gedrag vertoont?
In dit artikel:
We luisteren niet alleen naar de inhoud van beschuldigingen over grensoverschrijdend gedrag, maar vooral naar de manier waarop die verhalen klinken en eruitzien — of ze passen binnen onze verwachtingen van zichtbaar lijden. In de Nederlandse zedenzaak rond Ali B moeten vrouwen die beweren door hem te zijn aangerand of verkracht vaak eerst aantonen dat zij zich op de “juiste” manier gedragen: direct afstand nemen, zichtbaar lijden tonen, consistent zijn in emotie en gedrag. Afwijking van dat plaatje leidt gemakkelijk tot twijfel over hun geloofwaardigheid.
Trauma gedraagt zich echter niet volgens een eenduidig script. Het autonome zenuwstelsel stuurt uiteenlopende reacties: vechten, vluchten, maar ook aanpassen, verzachten of doorgaan met het leven. Wat innerlijk chaotisch of overweldigend is, kan outwardly lijken op kalmte, beleefdheid of zelfs vrolijkheid — gedrag dat door omstanders soms verkeerd geïnterpreteerd wordt als bewijs van onwaarheid.
Tegelijk wordt het narratief verschoven wanneer de beschuldigde zichzelf neerzet als getroffen partij. Ali B noemt zich bijvoorbeeld een “symbool van de #metoo-discussie”, en daarmee verplaatst de focus zich van mogelijke daad naar zijn eigen imagoschade. Psychologisch bekend is de strategie DARVO (Deny, Attack, Reverse Victim and Offender): ontkennen, aanvallen en het slachtofferschap omkeren. Daardoor staan niet alleen haar verhalen ter discussie, maar ook zijn vermeende slachtofferschap krijgt empathische aandacht.
Empathie vraagt richting: we kiezen vaak voor het perspectief dat het meest herkenbaar en geruststellend lijkt. Die voorkeur werkt in het voordeel van degenen die al van meet af aan makkelijker geloofd worden. Historisch staan vrouwen vaker op achterstand; emotionele ambiguïteit of vertraagde reacties passen slecht in juridische en publieke ideeën van wat “rationeel” of “geloofwaardig” is. Het gedrag van voorbeelden als Ellen ten Damme na een incident wordt dan tot in detail geanalyseerd en gewantrouwd.
De hoofdvraag die dit oproept: kunnen we accepteren dat ernstig ervaren leed zich niet altijd zichtbaar en coherent uit, en vrouwen geloven zonder dat ze eerst het “juiste” litteken van verdriet moeten tonen?