De wolf is een paradox, toont groepstentoonstelling 'Lupus': we kennen hem zo goed en toch is hij ondoorgrondelijk
In dit artikel:
De wolf is terug in Nederland — inmiddels zo’n veertien roedels op de Veluwe en in de Achterhoek — en vormt het vertrekpunt van de groepstentoonstelling Lupus, die recente en oudere kunstwerken gebruikt om de mythische, symbolische en politieke lagen rond het dier te onderzoeken. Curator Marlise van der Jagt en filmmaker Eric Giraudet de Boudemange brengen in Werewolf Diplomacy verschillende ‘betrokkenen’ aan het woord; kunstenaar Danielle Vorthuys verschijnt in een wolvenkostuum (ontwerp Dasha Golova) als de wolf Frances, tegenover een boer die zich afvraagt waarom zo veel schapen worden gedood voor “zo’n kleine maaltijd”. Die dialoog roept fundamentele vragen op over wie mag doden en waarom — vragen die de tentoonstelling expliciet aan ons mensen teruggeeft.
Veel werken spelen met afwezigheid en sporen. Giraudets film is gefilmd op landgoed Welna bij Epe, waar een wolvenroedel leeft; de monitor waarop de film draait hangt aan schapenhekken afkomstig van een Zutphense boerenfamilie. Jan Kopp bouwt in de zaal een ‘woud’ van takken en gevonden voorwerpen uit de omgeving van Dat Bolwerck, naast Katja Novitskova’s Earthware-prints: korrelige nachtopnames van wildcamera’s die laten zien hoe de wolf vooral in onze verbeelding sporen nalaat. In de kelder toont Michael John Whelan een ingetogen zwart-witfilm met gefragmenteerde beelden van wolven, Ierse wolfshonden en landschappen — een plek waar de wolf in Ierland ooit uitgestorven raakte.
Geluid speelt een doorslaggevende rol: Femke Herregraven’s Errant Howl mengt authentiek wolvengehuil van Welna met AI-geluiden en menselijke nabootsingen, waardoor de vraag “hoe klinkt de wolf eigenlijk?” ongrijpbaar wordt. Lupus biedt zo geen eenvoudige antwoorden, maar een poëtische ruimte om na te denken over samenleven met een roofdier en over de ethische en culturele spanningen die dat oproept.