De wilde eend heeft het zwaar in Nederland, maar onderzoek wijst uit dat de eendenkorf kan helpen
In dit artikel:
De wilde eend gaat in Nederland al decennialang achteruit: sinds 1990 is het aantal broedparen met meer dan een kwart afgenomen en de soort verdwijnt zelfs vaker uit stadsparken. Nederland blijft wel een belangrijk leefgebied door veel water en geschikte broedplaatsen, maar het probleem zit vooral bij het tekort aan overlevende kuikens, aldus Sovon-onderzoeker Erik Kleyheeg.
Kuikens krijgen minder voedsel (minder insecten en kleine waterdieren), er is minder ondersteunende oevervegetatie voor beschutting, en ze vormen daardoor makkelijke prooien voor vossen, reigers en kraaien. Daarnaast is verkeer een belangrijke doodsoorzaak voor uitgevlogen jongen: ecoloog Sebastiaan Rückert zegt dat een vrouwtje met tien kuikens kan beginnen en een week later soms maar twee over zijn.
Om het broedsucces te verbeteren worden door het land eendenkorven of -manden op het water geplaatst als veilige broedplek. De manden staan verspreid door Nederland, onder meer 250 in Gelderland, 254 in Overijssel en 20 in Flevoland. Nieuw onderzoek van de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging laat zien dat eenden deze korven gebruiken en dat er vaker succesvolle nesten uit voortkomen: de korven verminderen predatie op eieren en kuikens en zorgen voor minder verstoring van het vrouwtje.
Kleyheeg nuanceert het effect: korven helpen lokaal wel, maar om de landelijke populatie structureel te stabiliseren zouden er mogelijk tienduizenden manden nodig zijn. Dat brengt maatschappelijke discussie op gang, omdat de Jagersvereniging die manden plaatst óók op wilde eend jaagt. De jagers zien dit als beheer om balans in het ecosysteem te behouden; Vogelbescherming Nederland vindt jacht echter onacceptabel zolang de soort zo sterk in aantal daalt. Volgens de Jagersvereniging en Kleyheeg is jacht niet de hoofdoorzaak van de achteruitgang; het broodnodige knelpunt is het lage broedsucces.
De toekomst van de wilde eend blijft onzeker, maar Kleyheeg is voorzichtig optimistisch: de soort is flexibel en kan zich aanpassen; of dat de aantallen daadwerkelijk doet stijgen, valt moeilijk te voorspellen.