De wil van Echt voor Barendrecht is de komende vier jaar niet langer wet
In dit artikel:
In het drukke café in het winkelcentrum van Barendrecht maakte lijsttrekker Roeland Bol op verkiezingsavond bekend dat Echt voor Barendrecht (EVB) volgens de eerste prognose 14 van de 29 zetels zou halen. Dat betekent een verlies van zes zetels ten opzichte van vier jaar geleden en net één zetel te weinig voor de absolute meerderheid. Waar een dergelijke uitslag voor andere partijen als een klinkende overwinning gezien zou worden, was de sfeer onder EVB-aanhangers eerder gedempt: applaus en voorzichtig gejoel, maar ook teleurstelling.
EVB domineerde de afgelopen zittingsperiode de gemeenteraad en voerde vrijwel zelfstandig het bestuur, waardoor veel raadsbesluiten vooraf al vast leken te staan. De monsterzege van 2022 werd in de partij toegeschreven aan een samenloop van omstandigheden — Bol noemde die verkiezing eerder een “perfect storm” — maar nu moesten leden en kiezers afrekenen met een bestuurservaring die tot zowel lof als kritiek leidde. Binnen de gelederen klonken geluiden over gebrek aan dualisme; twee raadsleden splitsten zich af en richtten Barendrechts Belang op, dat met een campagne tegen een asielzoekerscentrum volgens de prognose drie zetels behaalt.
EVB wijst op concrete verwezenlijkingen van het college: het terugdraaien van het eerdere afvalbeleid, het vertrek uit de ambtelijke samenwerking met Albrandswaard en Ridderkerk, en woningbouw met voorrang voor Barendrechters. Tegelijkertijd missen sommige leden een beter resultaat — enkelen hadden gehoopt op minimaal vijftien zetels — en andere partijen uitten al langere tijd onvrede over de politieke dominantie van EVB.
De uitkomst dwingt EVB nu tot samenwerking; alleen regeren is niet meer mogelijk. Hoewel oud-wethouder Lennart van der Linden stelde dat “regeren is normaal halveren” en benadrukte dat EVB nog steeds veruit de grootste partij is, betekent het verlies dat coalitieonderhandelingen onvermijdelijk zijn. Bol verwacht dat zijn partij een aantrekkelijke onderhandelingspartner blijft; uitsluiting door de andere partijen is formeel mogelijk maar praktisch lastiger geworden.