De Wever dreigt: als zijn regering vleugellam is, blijft hij geen eerste minister
In dit artikel:
Eerste minister Bart De Wever zette in recente Franstalige interviews meerdere duidelijke markeringen uit richting zijn eigen coalitie en naar bredere geopolitieke kwesties. Aan de hand van peilingen van Het Laatste Nieuws en VTM – waarin de N‑VA stevig bovenaan staat en De Wever als populairste politicus uitkomt – waarschuwt hij dat hij zijn premierschap ter discussie stelt als de regeringspartners de beleidsruimte blokkeren. Volgens hem nemen de electorale winsten in Wallonië (met name voor de PS) en Brussel (PVDA) de slagingskansen van de federale meerderheid weg; afhankelijk van de berekening heeft de regering nog maar 71 of 72 van de 76 zetels die nodig zijn. De Wever benadrukt dat dit jaar mogelijk de laatste kans is om een nieuwe structurele sanering van circa 3 à 4 miljard door te voeren en dat hij geen zin heeft in een regering die niets meer beslist tot het einde van de legislatuur.
Concreet noemt hij een reeks vastgelopen dossiers: uitstel van btw‑hervorming, langdurige discussie over overbevolking en grondslapers in gevangenissen, en onopgehelderde beslissingen over militaire of politieke steun aan Saudi‑Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten. In die context waarschuwt hij dat hij niet zal blijven als de coalitie uitsluitend op basis van partijrode lijnen handelt. Binnen de N‑VA klonk ondertussen ook scherpe kritiek op Vooruit en CD&V, en N‑VA‑voorzitster Valerie Van Peel sloeg een duidelijk anti‑premie pad in tegenover het soort energietoelagen dat tijdens de voorbije Vivaldi‑regering werd verspreid.
Een ander prangend thema is energie en de geopolitieke aanpak van de oorlog in Oekraïne. Met stijgende brandstofprijzen herleven discussies over prijsplafonds en accijnsaanpassingen. De Wever deed in L’Echo een opvallende uitspraak door te pleiten voor onderhandelingen tussen de EU en Rusland om de oorlog te beëindigen en tegelijk de betrekkingen te normaliseren om weer toegang te krijgen tot goedkope energie. Die oproep tot dialoog stuitte op kritiek, ook binnen de coalitie: minister van Buitenlandse Zaken Maxime Prévot en andere politici noemden normalisering prematuur zolang Moskou niet bereid is aan tafel te zitten en met realistische eisen te komen. Zowel groen‑liberale als pro‑EU stemmen veroordeelden De Wevers voorstel als te zwak richting Rusland.
Tot slot richtte De Wever zich expliciet tot de MR en diens voorman Georges‑Louis Bouchez. Met de Vlaamse electorale ruimte die grotendeels naar N‑VA en Vlaams Belang gaat, ziet De Wever het niet zitten dat de Franstalige MR zich in Vlaanderen manifesteert met eigen lijsten. Hij waarschuwt dat het opdelen van het rechtse electoraat schadelijk zou zijn en bekritiseert Bouchez op taalgerelateerde gronden: volgens hem is het problematisch voor een partij die zegt van België te houden om zich niet in het Nederlands te kunnen uitdrukken in Vlaanderen. Die uitspraak vergroot de druk op de MR om zijn strategie voor Vlaanderen te heroverwegen.
Kort samengevat: De Wever gebruikt zijn hoge populariteit en gunstige peilingen om coalitiepartners op beleidsresultaat en discipline te dwingen, pleit voor een controversiële ommezwaai in het EU‑beleid tegenover Rusland met het oog op energiezekerheid, en blokkeert uitbreiding van Franstalige lijsten in Vlaanderen uit vrees voor verdere fragmentatie van het rechts‑conservatieve kamp. De gesprekken en spanningen binnen de federale regering tonen een kans op politieke verkramping als niet snel knopen worden doorgehakt.