De westerse lagere en middenklasse zijn de verliezers van de neoliberale globaliseringsgolf
In dit artikel:
Aan het begin van 2026 tekent zich volgens Branko Milanovic een fundamentele omslag af: de gouden eeuw van neoliberale globalisering is voorbij. In zijn recente boek The Great Global Transformation (2025) beschrijft hij hoe decennia van ongehinderde handel en kapitaalstromen zowel grote winnaars als pijnlijke verliezers hebben voortgebracht — en waarom dat politieke en economische systemen in rijke democratieën onder druk zet.
Milanovic, voormalig Wereldbankeconoom en nu verbonden aan CUNY, bouwt voort op eerder onderzoek (onder meer uit 2013) dat aantoont dat de belangrijkste begunstigden van globalisering twee groepen zijn: honderden miljoenen mensen in Azië (vooral China en India) die aanzienlijk in inkomen zijn gestegen, en de wereldwijde superrijke elite. De grootste verliezers waren de allerarmsten in landen zoals veel Afrikaanse staten en de lagere en middelste klassen in het Westen. Die tweedeling heeft in veel westerse landen geleid tot politieke polarisatie en de opkomst van zowel links-populistische als rechts-nationalistische bewegingen.
Milanovic legt de nadruk op één centraal economisch feit: Azië heeft in relatieve termen een enorme inhaalbeweging gemaakt ten opzichte van het Westen, wat wereldwijd de grootste afname van armoede ooit veroorzaakte. Tegelijkertijd groeide binnen veel westerse samenlevingen de inkomensongelijkheid. Daardoor bevinden rijke en arme westerlingen zich steeds verder uit elkaar — economisch bekeken leven groepen binnen één land als het ware in heel verschillende werelden. Dit verklaart volgens hem het groeiende wantrouwen jegens democratische instituties, rechtsstaat en internationale samenwerking.
Een nieuw politiek-economisch model dat opkomt noemt hij ‘nationaal marktliberalisme’: open markten gekoppeld aan nationalistische en beschermende reflexen tegenover buitenstaanders. Milanovic benadrukt echter dat globalisering op zich niet verwerpelijk hoeft te zijn; de voordelen ervan zijn behoudenbaar, maar alleen als de staat actief de verliezers compenseert. Neoliberale dogma’s blokkeerden dergelijke herverdeling, waardoor de sociale schade groter werd. De toekomst vraagt daarom om een breuk met oud beleid: een multipolair, opener wereld met sterkere sociale vangnetten binnen landen, in plaats van terugkeer naar protektionisme of autoritaire isolatie.