De Westerschelde heeft meer ruimte nodig
In dit artikel:
Voor ongeveer een miljoen trekvogels speelt de Zuidwestelijke Delta een even cruciale rol als de Waddenzee. Vogelbescherming werkt daar samen met onder meer Het Zeeuwse Landschap, Staatsbosbeheer, Wereld Natuur Fonds, Natuurmonumenten en regionale organisaties in het Netwerk Actieplan Deltanatuur en de Coalitie Delta Natuurlijk om getijdennatuur te herstellen van het Haringvliet tot de Westerschelde. Een zichtbaar resultaat is de Hedwigepolder bij de Westerschelde: sinds de ontpoldering in 2022 is landbouwgrond omgevormd tot een dynamisch estuarium met slikken en slenken, dat nu onder invloed staat van eb en vloed.
De Hedwige beslaat, samen met 170 hectare van de Prosperpolder aan Belgische zijde, een voedselrijke intergetijdenvlakte met soms vijf meter getijdeverschil. Zout- en zoetwater mengen er vrijelijk, waardoor zand- en kleideeltjes bezinken, voedselrijke sliblagen ontstaan en op termijn schorren (kwelders) kunnen aangroeien. De Westerschelde heeft samen met de Eemsmonding de bijzondere status van zeearm zonder grootschalige waterwerken in Nederland, maar historische ingrepen — inpolderingen, havenuitbreidingen en diepere vaargeulen voor scheepvaart — hebben veel natuurlijke dynamiek en intergetijdengebied gekost.
Kustvogelspecialist Sonja Weeda van Vogelbescherming benadrukt dat het doel is zoveel mogelijk van die verloren dynamiek te herstellen binnen de spelregels van waterveiligheid. Dat gebeurt zowel door grootschalige ingrepen zoals ontpolderingen als door kleinere, doelgerichte maatregelen: het aanleggen van schelpenstrandjes als broedplaatsen, het herstellen van broedeilanden door overgroei te verwijderen, en beheermaatregelen die voedselrijk slib en ondiepe waterpartijen bevorderen. België werkt tevens aan aanvullende ontpolderingen langs de Schelde om meer water te kunnen bergen en zo de natuurlijke bewegingsruimte van het estuarium te vergroten.
Monitoring door vrijwilligers van Natuurbeschermingsvereniging De Steltkluut laat zien dat de Hedwige snel waardevol is geworden voor vogels. In tellingen uit 2023 en 2024 werden 121 soorten vastgesteld; voor twaalf soorten vormen de slikken en slenken inmiddels belangrijke rust- en foerageergebieden. Concreet werden er in zomer en herfst honderden tot duizenden exemplaren van diverse soorten geteld: kluten (330–700), wulpen (tot 600), grote groepen kieviten (rond 3.500 in november), bergeenden die de rui doormaken (5.000–7.000 in de zomer, 500–1.000 in de winter), wintertalingen (2.500–5.000), en ook lepelaars en kleine zilverreigers foerageren er regelmatig.
De Hedwige illustreert hoe teruggeven van ruimte aan water en getijde niet alleen landschap en waterbeheer beïnvloedt, maar direct rendement oplevert voor trekvogels en estuariene biodiversiteit. Tegelijk blijft veel intergetijdengebied verloren: sinds de Deltawerken is naar schatting bijna twee derde van dit type habitat verdwenen. Herstelprojecten in de Zuidwestelijke Delta laten zien dat samenwerkende partijen met gerichte ingrepen de veerkracht van dit ecosysteem kunnen vergroten — wat zowel vogels als de lange termijn dynamiek van de Scheldemonding ten goede komt.