De werkelijke 'belastingdruk' is voor de rijksten het laagst
In dit artikel:
Belastingtarieven zeggen steeds minder over wie écht bijdraagt aan de publieke zaak in Nederland. Recente analyses — ondersteund door CPB- en CBS-cijfers voor 2025 — laten zien dat werkenden naar verhouding veel meer afdragen dan bedrijven: werknemers betaalden circa €137 mrd, bedrijven ruim €49 mrd aan winstbelasting, terwijl het totale brutoloon (€405 mrd) en de totale brutowinst (€381 mrd) dicht bij elkaar liggen. De fiscale realiteit wordt vooral bepaald door ontwijkingsroutes, belastingfaciliteiten en juridisch-fiscale constructies waarmee vooral hogere inkomens en grote ondernemingen hun effectieve belastingdruk drukken.
Tegelijkertijd publiceerde PwC een rapport waarin het Nederlandse bedrijfsleven in 2025 een “totale bijdrage” van €119 mrd zou leveren. Die optelsom bevat vooral werkgeverspremies voor WW en arbeidsongeschiktheid. Critici wijzen erop dat zulke premies feitelijk deel uitmaken van arbeidsbeloning: ze vloeien uit de loonruimte en worden dus door werknemers “betaald”, en hangen samen met het aantal werknemers, niet met de winstgevendheid van bedrijven. PwC’s benadering wordt daardoor gezien als een retorische manoeuvre van de bedrijvenlobby om hun relatief lage winstbelasting te maskeren en politiek goodwill te winnen.
De discussie wordt aangejaagd door twee bredere kwesties: ten eerste de systematische mogelijkheden tot belastingontwijking, vaak bedacht en verdedigd door fiscalisten, juristen en lobbyisten en zelden onderwerp van breed politiek debat; en ten tweede de staat van sociale fondsen. Fondsen voor arbeidsongeschiktheid en WW zitten momenteel “overvol”, wat werkgevers ertoe verleidt deze reserves als hun vermogen te claimen. Onderliggend blijft de fundamentele vraag wie de waardecreatie — en dus de winsten die bij aandeelhouders belanden — uiteindelijk bijdraagt en hoe die opbrengsten rechtvaardig verdeeld en belast zouden moeten worden.