De VVD maakt een minderheidskabinet zelf bijna onmogelijk
In dit artikel:
Deze week starten onder leiding van formateur Letschert de formatiegesprekken opnieuw, met opnieuw het bekende voorstel op tafel: een minderheidskabinet van VVD, CDA en D66. Hoewel dat bestuurlijk mogelijk is, blijkt het praktisch lastig omdat zo’n kabinet structureel steun van buiten nodig heeft—vooral in de Eerste Kamer—en die steun zal vaak van linkse partijen moeten komen.
De schrijver wijst erop dat het probleem niet zozeer de inhoud is, maar de houding van de VVD. Door GroenLinks–PvdA consequent als links-radicaal weg te zetten, heeft de VVD niet alleen een electorale framing herhaald maar ook bestuurlijke bruggen opgeblazen. Er is achter de schermen te weinig geïnvesteerd in relatiebeheer met partijen die onmisbaar zijn voor belangrijke wetgeving en begrotingen. Daardoor is het minderheidsmodel verzwakt nog voordat het goed van de grond kwam.
Binnen de VVD bestaat daarover onvrede; lokaal en in provincies blijken samenwerking met links vaak wel professioneel en werkbaar. Voor D66 maakt dit alles de positie extra kwetsbaar: een minderheidskabinet vergt wisselende meerderheden — soms rechts, vaak links — en afhankelijkheid van partijen als JA21 is op dossiers als klimaat, rechtsstaat, Europa en onderwijs onvoldoende.
De oproep is duidelijk: kies voor een koerscorrectie en investeer in werkbare verhoudingen met links. Zonder zo’n omslag blijft het minderheidskabinet vooral theoretisch en dreigt politieke patstelling.