De VVD kampt met een gebrek aan gezond verstand
In dit artikel:
In aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen op 18 maart valt de schrijver op hoe vol Rotterdam hangt met affiches, terwijl de opkomst volgens hem onder de 40% ligt. Hij wijt de apathie deels aan een “media‑armoede” waardoor politieke betrokkenheid weinig leeft, en vraagt zich af hoe kiezers wél naar de stembus te krijgen zijn.
Centraal staat kritiek op de toon van sommige campagnes. Leefbaar Rotterdam roept met een kort, polariserend motto duidelijk weerstand op; de schrijver legt een directe link met historische extreemrechtse retoriek en herinnert aan de beruchte CP’86 en zelfs de NSB-slogan uit 1937. Of die overeenkomsten bewust zijn blijft onduidelijk, maar activisten reageren al door de posters te beplakken met sarcastische varianten (zoals “rijke Rotterdammers eerst” of “onleefbaar of links”) om de onderliggende boodschap te problematiseren.
Ook linkse partijen worden onder de loep genomen. De samenwerkende GroenLinks‑PvdA gebruiken een slogan over betaalbaar wonen die aanvankelijk aansprekend lijkt, maar volgens de auteur vooral het bestaande ideaal herhaalt zonder concreet te maken dat er vaak simpelweg geen betaalbare huizen zijn. Een krachtiger formulering zou volgens hem expliciet huisvesting voor wie het niet kan betalen moeten behelzen, omdat wonen een grondwettelijk recht is.
Het meeste verbaast de auteur het affiche van de VVD dat pleit voor stoppen voor rood licht “zoals het hoort”. Dat wekt vragen: rijden door rood is al strafbaar en boetes bestaan; wat voegt dit politieke statement toe? De schrijver vermoedt dat het signaal vooral het harde handhaven van verkeersregels kan legitimeren — met extra camera’s, boa’s of een strafregister voor maaltijdbezorgers — en ziet daarin een mogelijke verschuiving naar beleid dat onevenredig straffen oplegt aan laagbetaalde bezorgers, van wie een deel migratieachtergrond heeft. Hij waarschuwt dat dergelijke taal makkelijk can beget discriminerende maatregelen.
Persoonlijk geeft de auteur toe zelf geregeld door rood te lopen en verklaart dat stoplichten in stadswijken vooral op auto’s zijn ingesteld; zonder autoverkeer is wachten vaak zinloos. Hij pleit daarom voor een andere prioriteit: verkeerslichten die voetgangers en fietsers vóór auto's behandelen — groen als norm en alleen rood bij naderende auto’s. Dat zou volgens hem passen bij een meer humane, praktische benadering van stadsverkeer en verdient volgens hem politieke steun.