De VS en Iran bestrijden elkaar én hun eigen bevolking. Trumps ordediensten veroorzaakten al 32 doden

woensdag, 14 januari 2026 (11:00) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

In Teheran en op Amerikaanse bodem rijzen vergelijkbare spanningen: maatschappelijk verzet tegen dodelijk staatsoptreden. In Iran leidde de dood van Mahsa Amini (2022) na ingrijpen van de zedenpolitie tot massale, langdurige protesten tegen repressie. Ook in januari 2026 laaien demonstraties weer op, nu deels aangewakkerd door stijgende prijzen, maar met dezelfde onderliggende eis: een einde aan autoritair geweld. Verzet werkt cumulatief—wie eenmaal de straat opgaat, doet dat eerder opnieuw—waardoor protestgolven aan kracht winnen.

In de VS vallen soortgelijke patronen op. In Minneapolis (2025) werd Renee Good, een moeder uit de voorsteden, dodelijk getroffen door een gemaskerde ICE-agent tijdens een controlesituatie; foto’s van haar bebloede autocirkelden wereldwijd. Federale autoriteiten, met steun van de regering-Trump, verklaarden de actie gerechtvaardigd en bemoeilijkten onafhankelijk onderzoek. De dag erop schoten grenswachters in Portland twee Venezolanen neer; ook daar werd het onderzoeksgebied snel afgezet. In 2025 overleden 32 mensen tijdens detentie door ICE. De regering stuurde vervolgens “honderden” extra agenten naar Minnesota met als officiële reden onderzoek naar verduistering binnen de Somalisch-Amerikaanse gemeenschap, maar het optreden oogt als inzet van speciale ordediensten tegen burgerlijke onrust — een confrontatie met staten die politiek anders zijn dan het federale bestuur.

Belangrijke verschillen blijven bestaan: de VS kent federale grenzen, open internet en komende verkiezingen die tegenmacht kunnen bieden. Toch wijst een jaar Trump op een versnelling richting autoritaire praktijken: bescherming van geweldsoptreden door hoogste machtsniveau, beperking van lokaal toezicht en een retoriek die binnenlands verzet aan buitenlandse inmenging toeschrijft. Tegelijk verwijzen beleidsplannen zoals een mogelijke “onthoofdingsstrategie” tegen Iraanse leiders naar een internationale tegenhanger van binnenlandse repressie. Dat maakt beoordeling van regimes complexer: kritiek op theocratische onderdrukking wordt ambivalenter wanneer democratische machten vergelijkbare middelen inzetten.