De VS beschuldigt Nederland van censuur op sociale media, zonder bewijs

woensdag, 4 februari 2026 (17:08) - Follow the Money

In dit artikel:

Een door Republikeinen gedomineerde commissie van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden publiceerde gisteren het rapport “The Foreign Censorship Threat Part II” en beschuldigt daarin de Europese Unie en Nederlandse instanties van het uitoefenen van druk op socialmediabedrijven om vóór de verkiezingen van 2023 en 2024 censuur toe te passen. Vandaag is er een hoorzitting onder leiding van commissievoorzitter Jim Jordan, die de Digital Services Act (DSA) kwalificeert als onderdeel van wat hij een ‘industrieel censuurcomplex’ noemt dat naar zijn mening conservatieve stemmen zou onderdrukken.

Het rapport richt speciaal de pijlen op het Nederlandse ministerie van Binnenlandse Zaken omdat dat door de Europese Commissie als ‘trusted flagger’ is aangewezen. De commissie-Jordan spreekt van een “overduidelijke belangenverstrengeling” en suggereert dat de politieke leiding van het ministerie speciale verzoeken tot verwijdering zou kunnen indienen. Volgens de commissie zou die positie gebruikt zijn om socialmediaplatformen onder druk te zetten om onwelgevallige politieke uitingen te verwijderen.

Feitelijk liggen de zaken anders, zo blijkt uit documenten van het ministerie zelf. Het ministerie erkent de trusted-flaggerstatus, maar benadrukt in een rapport van 9 januari juist terughoudendheid: het meldt alleen wanneer de organisatie, uitvoering of integriteit van het verkiezingsproces in gevaar is en doet geen uitspraken over bijvoorbeeld verkiezingsbeloften. In aanloop naar de meest recente verkiezingen diende het ministerie twee meldingen in bij X en Meta over misleidende berichten die kiezers opriepen twee vakjes rood in te kleuren; X gaf aan niets met de melding te doen, Meta verwijderde de berichten later wel. Deze casus toont volgens het artikel aan dat platforms zelfstandig besluiten nemen over klachten, en dat er geen bewijs is dat het ministerie censuur heeft afgedwongen.

De Amerikaanse commissie haalt ook een overleg uit 2023 in Den Haag aan, waarbij TikTok en vertegenwoordigers van het ministerie waren uitgenodigd om risico’s voor de Nederlandse verkiezingen te bespreken in het kader van de DSA. Jordan bestempelt zulke bijeenkomsten als pogingen tot “censuurdruk”, maar levert geen aanvullend bewijs. Evenzo wordt een bijeenkomst van de Autoriteit Consument en Markt (ACM) met platforms en maatschappelijke organisaties aangehaald; de commissie interpreteert agendapunten over “tijdige detectie en interventie van schadelijke inhoud” als bewijs dat de EU en ACM van platforms verwachtten vóór de verkiezingen substantieel te censureren. Ook hiervoor ontbreekt concreet bewijs in het rapport.

De publicatie komt in een week van oplopende spanningen tussen de EU en de VS over naleving van Europese regels door techbedrijven. Deze achtergrond wordt versterkt door recente acties in Frankrijk tegen X — een inval bij het hoofdkantoor wegens onderzoek naar buitenlandse inmenging, vermeende verspreiding van kinderporno en mogelijke deepfakes via AI — en door een eerdere boete van 120 miljoen euro voor X wegens overtredingen van Europese regelgeving.

Reacties op het rapport zijn verdeeld: de ACM zegt het eerst te bestuderen, terwijl een woordvoerder van de Europese Commissie het rapport tegenover de Ierse krant The Journal wegzet als “pure onzin” en benadrukt dat vrijheid van meningsuiting in Europa wordt beschermd en dat de DSA die bescherming juist ondersteunt. Conclusie in het artikel: hoewel de commissie ernstige beweringen doet, tonen beschikbare documenten en praktijkgevallen aan dat Nederlandse autoriteiten terughoudend opereren en dat platformen hun eigen afwegingen maken — er is geen onomstotelijk bewijs geleverd dat er grootschalige, door de overheid afgedwongen censuur heeft plaatsgevonden.