De 'Vrouwenmars' tegen asielzoekers doet denken aan het nieuw-normale toontje van de FvD

vrijdag, 1 mei 2026 (15:15) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

1 mei 2026 — Margriet Oostveen beschrijft haar bezoek aan Loosdrecht waar een landelijke ‘Vrouwenmars’ tegen de komst van zeventig mannelijke asielzoekers voor onrust zorgde. In een dorp dat juist feest vierde in een tent met dj’s, haalde inwoner Willem Luijer ’s avonds een spandoek met “AZC Nee” weg bij de Nettorama; zijn vrouw Cathalijn had hem daartoe aangespoord. Beiden voelen een nieuwe hardheid in het dorp en zien zich als tegenwicht tegen wat zij als intimiderende boodschappen ervaren. Luijer is diepgeworteld in het verenigingsleven en noemt nog veel dorpsgenoten die het met hen eens zijn.

Oostveen loopt door het dorp en vindt overal signalen van verzet: een vredesduif aan een vlaggenmast, Defend-vlaggen die wapperen op prominente plekken en zelfs boven kantoorruimtes. De organisator van de Vrouwenmars, Jip Kapelle-Schaap, weigerde een gesprek; de actie zou landelijk worden opgeschaald na het media-aandacht. Oostveen ziet in de framing van onveiligheidsgevoelens een beproefde tactiek die goed werkt in de pers; lokale verslaggeving noemde de mars ‘vreedzaam’, terwijl de inhoud en toon volgens haar belangrijker zijn dan die kwalificatie.

De column signaleert ook de aanwezigheid van landelijke rechts-populistische actoren: Lidewij de Vos bezocht Loosdrecht om steun te betuigen en zogenaamde ‘Defend’-groepen uit het hele land waren zichtbaar. Oostveen is verbaasd dat protesten tegen asielopvang zo prominent bestaan in een relatief welvarende, landelijke gemeente. Een deel van de demonstranten uitte expliciet vreemdelingenvrees; één vrouw formuleerde dat mensen uit Afrika volgens haar niet in het dorp thuishoren.

Bij het gemeentehuis, waar de asielzoekers tijdelijk worden gehuisvest en waar acht douches klaarstaan, hangen op gemeenteterrein ook Defend-vlaggen — iets wat Oostveen dringend door de gemeente verwijderd wil zien. De column legt daarmee de spanning bloot tussen lokale verzetscènes, landelijke rechtse bewegingen en de manier waarop media en organisatoren het debat inkleuren rondom tijdelijke opvanglocaties.